Zonder Mart Smeets klonk het wielrennen in Nederland heel anders, 10 Smeets-ismen op een rij

Je kunt van Mart Smeets vinden wat je wil, maar één ding is lastig te ontkennen: hij heeft de manier waarop Nederland wielrennen beleeft mee gevormd. Niet alleen met zijn stem en verhalen, ook met taal, typetjes en kleine rituelen die sindsdien bij de koers horen.

Close-up van Mart Smeets, tegen een rood-witte achtergrond

Mart Smeets maakte van wielrennen een verhaal

Smeets vertelde nooit alleen wat er gebeurde, hij vertelde waarom het ertoe deed. Een aanval was niet zomaar een versnelling, het was zo ongeveer een hoofdstuk in een roman. Daardoor ging je kijken met meer gevoel voor drama, voor de kleine held en voor het detail langs de weg.

10 Smeets-ismen die in Nederland zijn blijven hangen

  1. De ‘huiskamervraag’
    Retorische vragen alsof hij de kijker even aankijkt. Niet om een antwoord te krijgen, maar om je mee te nemen in het moment. Zo werd wielrennen iets wat je samen beleeft, niet iets wat je ondergaat.
  2. ‘Mevrouw Van Zetten uit Tiel’
    Zijn denkbeeldige kijker die stond voor iedereen die niet elk koerswoord al kende. Met haar in het achterhoofd bleef hij uitleggen zonder neerbuigend te worden. Daardoor bleef de koers toegankelijk voor de hele huiskamer.
  3. Het ironische ‘we’
    “We hebben geen etappe gewonnen” of “we zitten er weer bij”. Dat collectieve wij-gevoel maakte van Nederland een personage in de koers, met trots en teleurstelling, maar altijd met een knipoog.
  4. ‘Doei, ik ga vast’
    De frase die hij steevast gebruikte als Lance Armstrong de Tour besliste met een demarrage alsof het niets voorstelde - of een andere renner er op die manier vandoorging.
  5. ‘Merci, senk joe, de groeten’
    Smeets mengde moeiteloos Frans, steenkolenengels en plat Nederlands. Juist die rommelige charme paste bij de karavaan. ‘Senk joe’ werd bijna zijn handelsmerk.
  6. Fluwelen benen, aan het elastiek hangen, tenen uitkuisen
    Termen die al bestonden in het peloton, maar door hem bij miljoenen kijkers in het hoofd zijn geplant. Met de juiste timing en uitleg werden ze vaste wielertaal in Nederland.
  7. De kopgroep als advocatenkantoor
    Bij een vluchtersgroep van een man of vier met wat Angelsaksische namen erbij zei hij al snel dat het net zo goed een advocatenkantoor had kunnen zijn. Legendarsich was ook de dag dat Elli, Lelli en Belli samen in de vlucht van de dag zaten.
  8. De koers als reizend theater
    Bij Smeets was een etappe nooit alleen asfalt. Het was ook het dorpje, de berg, de hitte, de fans, de geschiedenis. Hij leerde Nederland dat wielrennen decor nodig heeft om echt te landen.
  9. Aandacht voor de knecht en de eendagsheld
    Hij had een zwak voor renners met één magische dag, voor helpers die de koers dragen, voor de man die anoniem afziet. Daardoor ging de kijker ook dáár op letten.
  10. Wielrennen als zomerritueel: De Avondetappe
    Door jarenlang koers te begeleiden werd het vaste prik: De Avondetappe met Mart Smeets. Improvisend commentaar bij de samenvatting van de etappe, eindigend met die typsiche Smeets-blik en dan de muziek van Dalida die wordt ingezet.

Waarom zijn stempel nog steeds voelbaar is

Je hoeft Smeets niet te imiteren om te merken dat hij in de Nederlandse wielercultuur zit. Nieuwe commentatoren gebruiken zijn woorden, zijn vergelijkingen, soms zelfs zijn cadans. Vooral omdat hij iets essentieels deed: hij maakte van wielrennen iets van ons allemaal, met taal, humor en een beetje theater.