In onze eindejaarsnummer (hier verkrijgbaar) lees je een uitgebreid interview met Tibor Del Grosso. Hij blikt daarin terug op een mooi 2025, maar kijkt ook vooruit. Over zijn ambities lees je hier alvast.
Tussen de grote mannen en meteen hongerig
Tibor Del Grosso draait pas net mee in de WorldTour, maar zijn voorjaar voelde niet als eerst wat rondkijken. Hij reed top 10 in de Brabantse Pijl en werd zesde in Dwars Door Vlaanderen. Niet alleen cijfers op papier, maar vooral een ervaring die bleef hangen.
“Het was jammer dat ik niet meekon met de drie van Visma die gingen, maar daarachter reed ik met Mads Pedersen. En ach, als die niet meekan, is het voor mij ook geen schande, haha. Heel vet om met dat soort mannen om me heen rond te rijden. Dat zijn de jongens waar ik nog niet zo lang geleden op tv naar opkeek. Dat zorgt wel voor honger naar meer.”
Die ene zin, heel vet om met dat soort mannen om me heen rond te rijden, zegt eigenlijk alles. Hij reed niet meer tussen anonieme namen, maar midden in het decor waar hij vroeger van droomde. En dat gevoel wil hij niet kwijt.
2026 als volgende stap in Vlaanderen
Del Grosso kijkt daarom nu al vooruit. Niet naar ooit, maar naar volgend jaar. De grote Vlaamse klassiekers zijn zijn doel, en hij spreekt dat zonder omwegen uit.
“De ploeg is nog met de planning bezig. Maar ik hoop absoluut dat ik nu ook de grotere klassiekers ga rijden. Er zijn aardig wat jongens bij ons vertrokken, dus ik denk dat de ploeg dat ook wel zal willen. Mathieu rijdt ook niet iedere voorjaarsklassieker hè, dus ik zal best ook nog voor eigen kans kunnen rijden, maar het lijkt me ook een heel mooie uitdaging om de Ronde en Roubaix te kunnen winnen met de ploeg.”
Wat hier interessant aan is: hij zegt niet alleen dat hij wil starten. Hij benoemt meteen het niveau waarop hij zichzelf ziet, met ruimte voor eigen kansen én met een ploegambitie die past bij Alpecin, Deceuninck. Dat maakt het meer dan een losse droom, het klinkt als een plan in wording.
Grote Vlaamse klassiekers passen bij zijn profiel
Dat hij juist Vlaanderen noemt is logisch. Del Grosso ziet zijn toekomst daar, en niet in de heuvels waar pure klimmers het verschil maken. “Ja, daar zie ik wel echt mijn toekomst. Ik ben inmiddels ook wel redelijk groot, dus in de Ardennen wordt het toch wel lastig. Zeker als je het daar tegen Tadej en Remco moet opnemen.”
Die zelfkennis is verfrissend. Geen vage praat over alles willen proberen, maar een jonge renner die vroeg kiest waar hij het beste tot zijn recht komt. En met wat hij dit voorjaar al liet zien, is het niet gek dat hij denkt: laat mij maar eens écht meedoen als het straks in 2026 om de grootste Vlaamse koersen gaat.
- Cor Vos