Zegereeks die smaakt naar meer
Vier overwinningen in zeven crossen, drie zeges op rij en EK-zilver: het eerste blok van Thibau Nys’ winter is indrukwekkend. Toch is hij niet iemand die zich achter de cijfers verstopt. Integendeel, hij legt de lat juist hoger. “Het eerste deel van mijn veldritseizoen zit erop en is heel geslaagd", vertelt hij aan Het Nieuwsblad.
"Máár: voor minder dan dit had ik niet getekend. Ik zit op schema en ik mag nu heel tevreden zijn. Maar met minder dan dit was ik dat niet geweest.”
Frisheid als dunne lijn tussen winnen en verliezen
De 23-jarige Nys voelt dat hij een stap aan het zetten is richting constante dominantie, maar hij merkt ook hoe snel het kan kantelen. “Stilaan ben ik die stap aan het zetten, maar de lijn is dun.”
Na het EK trainde hij stevig door, en dat zag de Vlaming meteen terug in Merksplas en Hamme. “Ondanks dat de vorm nog steeds dezelfde was, word ik in Merksplas plots zesde omdat ik een paar procentjes minder fris ben.” Zijn conclusie is simpel, maar hard: hij moet nog beter doseren om elk weekend top te zijn.
Het verschil met Van Aert en Van der Poel is vooral fysiek
Het meest opvallende deel van zijn analyse gaat over trainingsbelasting. Nys zegt dat hij nog niet kan wat Van Aert en Van der Poel wel kunnen. “Ik kan best nog wel wat verzetten, maar 20-25 uur blijven trainen en er in het weekend staan, dat is onmogelijk. Het is te zeggen: voor mij. Wout en Mathieu kunnen dat waarschijnlijk wel.”
Waarom veel trainen voor Nys tegelijk helpt en ingewikkeld is
Nys heeft veel trainingsprikkels nodig om zijn niveau hoog te houden. Dat klinkt logisch, maar in een druk veldritseizoen is het een puzzel. “Om een voorbeeld te geven: de week voor Tabor heb ik weinig getraind omdat ik aan het vechten was tegen de ziekte. Het gevolg: ik had de frisheid helemaal te pakken en vloog in Tabor.”
Alleen, zo’n aanpak houdt hij niet lang vol. “Maar doe ik dat twee of drie weken, zo weinig trainen, zakt mijn vorm en basis volledig weg. Ik heb veel training nodig om top te blijven.”
Van der Poel blijft de maatstaf, ook na winst
En dan komt de naam waar alles om draait. Van der Poel keert (waarschijnlijk) op 14 december terug in Namen, en de buitenwereld begint al te dromen van een duel. Nys tempert die hype zelf. “Als ik rondrijd zoals in Merksplas of Hamme, waar ik zelfs won, is er geen beginnen aan. Onmogelijk. Ik besef goed genoeg hoeveel sneller Mathieu daar nog zou gereden hebben.”
Nys ziet wel een scenario waarin hij iets dichter komt, maar hij waarschuwt meteen voor wishful thinking. “Ik ben me ervan bewust dat de mensen dat gaan beginnen verwachten, maar ik ga er absoluut niet van uit dat dat gaat gebeuren", besluit hij.
- Cor Vos