1. Strakke lycra en die gekke zeem
Het begint al bij de outfit. Je trekt een strak broekje aan met daarin een zeem, een soort spons die precies moet zitten waar je ’m nodig hebt - en vaak is dat ook nog de verkeerde zeem. Voor jou is het comfort en pure noodzaak, voor anderen oogt het alsof je vrijwillig in vacuümplastic stapt.
Dan heb je ook nog dat lycra dat alles laat zien wat je liever niet in HD toont. Niet voor niets bestaat de term ‘MAMILs’, Middle Aged Men In Lycra. Klinkt als een grap, maar je snapt meteen waar het vandaan komt.
2. Aan een band likken voordat je gaat fietsen
Dit is er eentje die je pas raar vindt als je het hardop beschrijft. Even je hartslagband natmaken met een lik zodat hij goed meet. In je hoofd is het een handige truc, in de realiteit sta je dus halfnaakt aan een stuk plastic te likken in je woonkamer. Als je dit aan iemand uitlegt die nooit fietst, kijken ze je aan alsof je een nieuw soort huisritueel hebt uitgevonden. En toch doe je het volgende rit weer precies zo.
3. Een klim op fietsen om daarna keihard af te dalen
Sommige mensen zoeken comfort, wij zoeken hoogtemeters. Je ploetert een uur omhoog, helemaal op het randje, om boven even bij te komen met een cola en een taartje. Daarna dender je in een kwartier weer naar beneden, harder dan je net omhoog ging. Rationeel slaat het nergens op, maar emotioneel klopt het precies. De pijn omhoog maakt de kick omlaag alleen maar lekkerder. En daardoor herhaal je het alsof het de normaalste hobby ter wereld is.
4. Na het fietsen veranderen in eetmachines
Na een lange rit ben je geen mens meer, je bent een hongerprojectiel. Zet een tafel vol eten neer en je verandert in Koekiemonster. Niet omdat je opeens geen manieren hebt, je lichaam heeft gewoon honderd duidelijke signalen afgegeven dat de tank leeg is. Voor je het weet zit je alweer aan je tweede bord alsof dat vanzelfsprekend is. Wat het ook is, na zo’n rit voelt het altijd verdiend - en beter iets te veel dan te weinig...
5. Vrijwillig vastklikken met kans op schaamte
Klikpedalen zijn geweldig, totdat je moet stoppen. Dan is er altijd die halve seconde waarin je hersenen roepen: los, los, los. Beginners gaan vroeg of laat om, iedereen kent de ‘fall of shame’. Je valt niet hard, maar wel langzaam en zichtbaar, als een stapelende Jenga-toren die ineens instort. En toch blijf je je vrijwillig vastklikken. Omdat het simpelweg beter fietst, en omdat je die schaamte na drie ritten alweer van je af schudt.
6. Fietsen kost altijd meer dan je denkt
Tot slot de portemonnee. Je begint met een goede koersfiets en denkt dat je klaar bent, maar dan komen de extra’s. Een setje snellere wielen omdat het net iets lekkerder rolt, een fietscomputer die toch echt moderner kan, schoenen die lichter zijn dan je vorige, en ja, alweer een nieuw shirtje. Voor je het weet staat er ook nog een gravelbike in de schuur, want handig voor ‘erbij’.
Het is geen eenmalige uitgave, het is een kettingreactie. Fietsen maakt je niet alleen fitter, het maakt je ook creatief in het verzinnen van redenen waarom je nú weer iets nodig hebt. En ergens is dat precies waarom we erin blijven hangen: elke upgrade voelt als een klein zetje richting nog meer plezier op de fiets.