Campagnolo snijdt hard in eigen vlees
Campagnolo, 92 jaar oud en ooit de trots van Italië, heeft bijna de helft van zijn personeel ontslagen. Van de 300 banen verdwijnen er 120: bepaald geen kleine reorganisatie. Over de laatste drie boekjaren stapelden de verliezen zich op tot zo’n 24 miljoen euro, en zelfs een kapitaalinjectie rond 10 miljoen in 2024 en 2025 bleek niet genoeg om het schip recht te trekken.
De fietsindustrie na de pandemie in de knoop
Campagnolo is niet het enige merk dat zucht. Tijdens de pandemie kochten we massaal nieuwe fietsen en onderdelen, en fabrikanten schaalden op alsof dat feestje nooit zou stoppen. Maar toen het dagelijks leven weer normaal werd, sloeg de markt om. Winkels en merken bleven zitten met enorme voorraden, kortingen werden onvermijdelijk en marges kwamen onder druk te staan. Wie in die jaren extra mensen aannam, zit nu met overcapaciteit. Campagnolo is daar een van de voornaamste slachtoffers van.
Van pelotonkoning naar nichemerk
Het pijnlijke is dat Campagnolo al veel langer terrein verloor. Van de jaren vijftig tot tachtig was het merk bijna synoniem met topwielrennen. Coppi, Merckx, Hinault, Indurain, ze wonnen allemaal met Campagnolo-onderdelen. Maar vanaf de jaren negentig nam Shimano het roer over. Niet via romantiek, maar via betrouwbaarheid, snelle innovatie, scherpe deals met ploegen en fabrikanten, en vooral schaal. SRAM kwam later opzetten met een sterke positie in mountainbike en gravel, plus elektronische systemen die razendsnel populair werden. Campagnolo bleef vooral hangen in het dure, exclusieve segment. Mooi voor liefhebbers, lastig voor je verkoopvolume.
WorldTour-terugkeer
In 2024 was Campagnolo volledig afwezig in de WorldTour, voor het eerst in bijna een eeuw. In 2025 keerde het voorzichtig terug via Cofidis, dat op Look-fietsen met Campagnolo rijdt. Leuk voor de symboliek, maar één ploeg is geen wederopstanding. Het laat vooral zien hoe ver het merk is weggezakt in het materiaalspel op het hoogste niveau.
- cor vos