Pogačar, de barista-kopman
Koffie is al jaren een vaste prik bij wielrenners, maar bij Tadej Pogačar is het een regelrechte hobby geworden. In de podcast van Jakob Fuglsang vertelt hij met zichtbaar plezier over zijn eigen setup thuis: “Ik heb een Marzocco Micra (die is in Nederland zo'n 3.500 euro kost). Ik kan de melk best goed opschuimen en ik probeer een Rosetta te gieten (latte art, cappucino in hartjesvorm), maar 90% van de keren lijkt het op stront."
Een cadeau dat alles zegt
Het leukste detail volgt daarna. Pogačars liefdesverklaring aan koffie bleef niet beperkt tot zijn eigen keuken. Na zijn Tour-nederlaag tegen Jonas Vingegaard in 2023 besloot hij zijn helpers op een opvallende manier te bedanken.
Niet met een etentje of een horloge, maar met… koffiemachines voor iedereen. “In 2023 besloot ik voor elke renner in de Tour-ploeg een Marzocco-koffiemachine te kopen. Elke dag in de bus vóór en na de etappe praatten we over koffie. Ze hadden het de hele tijd over koffie, en dan is het natuurlijk een goed cadeau.”
Koffie: van bijzaak naar pelotoncultuur
Wat Pogačar vertelt, past in een veel bredere trend. De koffiecultuur in het peloton is de laatste jaren geëxplodeerd. Je ziet het overal terug: in teambussen, hotels, trainingskampen en zelfs op training. Zo zien we bijvoorbeeld Mathieu van der Poel regelmatig op social media een pitstop maken voor een kop goede koffie. Laurens ten Dam verkoopt zelfs zijn eigen koffie: de Gravel Grinder.
Waarom dit bij deze generatie hoort
Pogacar is dus niet de enige koffiefanaat in het peloton. En als je na een teleurstellende Tour thuiskomt en je eerste gedachte is dat je ploeggenoten een koffiemachine verdienen omdat jullie er samen zo mee bezig waren, dan snap je waarom koffie intussen bij wielrennen hoort.
- cor vos