Verkeersveiligheid voor fietsers glijdt achteruit
De nieuwste Staat van de Verkeersveiligheid van SWOV laat zien dat het aantal mensen dat ernstig gewond raakt in het verkeer weer is gestegen. Van 7.400 naar 7.800 in één jaar tijd. Dat is geen kleine schommeling, dat is een trend die al twee decennia omhoog kruipt. En wie krijgt die groei het hardst op het stuur? Fietsers.
Zij vormen opnieuw de grootste groep onder de ernstig verkeersgewonden. Het beeld is dus simpel en pijnlijk tegelijk: als je fietst, ben je in Nederland steeds vaker de kwetsbaarste in het spel.
Fietsers zijn de grootste slachtoffers in 2024
In 2024 kwamen 675 mensen om in het verkeer. Dat is iets minder dan een jaar eerder, maar over tien jaar bekeken blijft het aantal doden hardnekkig hoog. Bij ernstig gewonden gaat de lijn zelfs omhoog. Fietsers nemen daarin een enorme hap: ruim een derde van de verkeersdoden en een ruime meerderheid van de ernstig gewonden bestaat uit mensen op de fiets.
Dat zijn niet alleen sportieve rijders op snelle banden. Het gaat om scholieren, forenzen, ouderen op een e-bike, ouders met kinderen achterop. Mensen zoals jij, je buurvrouw, je collega. Niet meer thuis komen of blijvend letsel oplopen is allang niet meer iets dat “ergens anders” gebeurt.
Waarom het juist op twee wielen misgaat
Fietsen is populairder dan ooit, maar de omgeving is niet meegegroeid. Drukker verkeer, hogere snelheidsverschillen en wirwar aan regels zorgen voor gevaarlijke situaties. Neem rotondes waar je als fietser soms voorrang hebt en soms niet, afhankelijk van de gemeente of zelfs de straat. Dat klinkt administratief, maar het verschil tussen wel en geen voorrang is in de praktijk het verschil tussen veilig oversteken en een auto in je flank.
Daar komt bij dat fietsen zelf is veranderd. E-bikes, fatbikes, speedpedelecs, en ook wielrenners maken de fietsstroom sneller en zwaarder. Dat is fijn als je wind mee wilt, minder fijn als fietspaden smal zijn of kruisingen slecht zijn ingericht.
Huidig beleid schiet tekort, juist voor fietsers
De Verkeersveiligheidscoalitie zegt het ronduit: zonder structurele investeringen, duidelijke landelijke richtlijnen en stevige handhaving verslechtert de situatie. En dat merk je als fietser meteen. Onlogische kruispunten blijven jaren liggen. Gemeenten willen wel flitsers of extra controles, maar lopen vast op regels of geld. Fietspaden worden opgeknapt, maar vaak pas nadat er al te veel mis is gegaan.
Het is alsof we fietsen aanmoedigen, gezond, duurzaam, lekker Nederlands, maar de basisveiligheid telkens als sluitpost behandelen.
Kabinet laat 2030-doel los, met risico op straat
Alsof het nog niet ingewikkeld genoeg was, heeft het kabinet de tussendoelstelling voor 2030 geschrapt. Geen concreet doel meer om het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden te halveren. Daarmee verdwijnt een belangrijk meetpunt richting 2050. En als je geen tussenborden op de route zet, rijd je vanzelf langzamer of je neemt een afslag die niemand zag aankomen.
Voor fietsers betekent dat één ding: minder druk om nú gevaarlijke plekken aan te pakken, terwijl juist nu de stijgende lijn naar beneden moet.
Wat er nodig is om het fietsland weer veilig te maken
Het begint met keuzes die niet elk jaar opnieuw ter discussie staan. Uniforme voorrangsregels op rotondes, doorlopende en brede fietsinfrastructuur, structurele financiering voor risicoplekken en meer bevoegdheden voor lokale handhaving. En ja, ook een harde aanpak van rijden onder invloed helpt fietsers direct, want bij een botsing is de fietser bijna altijd de verliezer.
Nederland kan met recht fietsland blijven, maar alleen als verkeersveiligheid voor fietsers niet langer afhankelijk is van politieke grillen. Anders blijft het bij trots zonder bescherming, en dat is een slechte deal voor iedereen die gewoon veilig naar huis wil trappen.