Drie sporten, één prijs, en de eeuwige discussie
NOC*NSF heeft de drie genomineerden bekendgemaakt: Van der Poel, Lavreysen en langebaanschaatser Jenning de Boo. Mooie lijst, maar ook meteen het klassieke probleem van deze prijs. Hoe vergelijk je sporters die in totaal verschillende arenas het uiterste uit zichzelf halen?
In hun eigen sport is elke topprestatie glashelder. Maar zodra je ze naast elkaar zet, verdwijnt de meetlat. Baanwielrennen heeft een andere logica dan wegwielrennen, en schaatsen weer een heel andere. Appels met peren dus. En toch moet er één winnaar uitkomen.
Lavreysen stapelt prijzen op in zijn eigen wereld
Bij Lavreysen is het verhaal eenvoudig te samenvatten: hij wint vrijwel alles wat er te winnen valt en blijft dé maatstaf op de baan. Zijn seizoen staat voor dominantie en controle, het soort hegemonie waar je als concurrent moedeloos van wordt.
Maar baanwielrennen is ook een sport met vaste onderdelen en relatief weinig variabelen. Dat maakt zijn prestaties niet minder indrukwekkend, alleen anders dan wat je op de weg ziet.
Van der Poel maakt van elke koers een verhaal
Van der Poel vertegenwoordigt de open strijd. Zijn waarde zit niet alleen in trofeeën, maar in hoe hij koersen laat kantelen. Hij zoekt duels met de beste renners ter wereld op en maakt er vaak iets van dat blijft hangen.
Ook in de Tour was hij de renner die het peloton aanzet tot chaos: ritzege, dagen in het geel, veel aanvalswerk. Je kunt het niet in één statistiek vangen, maar je ziet meteen wat hij met een koers doet.
Jenning de Boo als derde factor
De Boo - die overigens een prima baanwielrenner zou zijn - is de uitdager die de shortlist compleet maakt. Zijn aanwezigheid onderstreept precies waarom deze prijs zo lastig en tegelijk zo leuk is. Een sprinter op het ijs naast twee totaal verschillende wielerkampioenen, dat is geen optelsom maar een gevoelsoordeel.
Papendal kiest straks met het hart
Op 17 december valt in Papendal de beslissing tijdens het Sportgala. En zoals elk jaar wordt het geen rekensom, maar een keuze op basis van indruk. Drie sporten, drie manieren van uitblinken, één jury die toch een streep moet zetten.
Bij de vrouwen speelt hetzelfde. Lorena Wiebes is genomineerd voor Sportvrouw van het Jaar en krijgt gezelschap van Joy Beune, Femke Bol, Jessica Schilder en Marrit Steenbergen. Een sprintster tussen schaats-, atletiek- en zwemtoppers.
Dus ja, appels met peren. Maar misschien is dat ook precies waarom dit gala ieder jaar blijft hangen. Niet omdat het objectief is, maar omdat het ons dwingt te kiezen welk soort sportmomenten we het meest koesteren. En daar gaat in Papendal straks weer flink over gepraat worden.
- Cor Vos