Harrie Lavreysen ziet dragrace tegen sprinters als Merlier en Kooij zitten: 'Dan ga je een een bizar verschil zien'

Harrie Lavreysen is de beste baansprinter van de laatste jaren, maar als baansprinter loopt hij ook weleens tegen 'moeilijkheden' aan in het dagelijkse leven.

Harrie Lavreysen

Lavreysen duwt 800 kilogram

In gesprek met de podcast De Grote Plaat vertelt Harrie Lavyresen over wat hij ervaart. Van op zoek gaan naar spijkerbroeken tot goed nadenken hoe hij zijn stadsfiets gebruikt. Lavreysen: "Spijkerbroeken waren altijd een probleem, want ik had altijd moeite met ze te vinden. De laatste jaren zijn wijdere broeken perfect voor me, die zijn voor me gemaakt."

Lavreysen duwt met beide benen achthonderd kilogram. "Ik rijd ook weleens op een stadsfiets, maar daar heb ik mijn ketting weleens doorgetrapt. Zeker op een oudere fiets moet ik extreem voorzichtig zijn. Als ik denk: ik kan nog even snel oversteken, dan moet ik dat eigenlijk niet doen. Dan trap ik gewoon te hard en kan die fiets dat niet aan."

'Totaal andere sport dan wegwielrennen'

Baanwielrennen is totaal niet te vergelijken met fietsen op de weg, aldus Lavreysen. "Ik kan met beide benen achthonderd kilo duwen. Onze wattages kun je letterlijk vergelijken met wegrenners, maar we doen twee totaal verschillende sporten. Alles wat ik doe is gericht op hooguit een minuut."

Baansprinten is wat dat betreft veel meer een krachtsport. "Een sprinter op de weg kan ook zeventig kilometer halen, maar die heeft al lang gefietst en die wordt op gang gebracht door een sprinttrein. Wij gooien in veel kortere tijd alles eruit. Sprinters op de weg vergroten telkens hun motor, terwijl wij ons anaerobe telkens aanspreken. Wij gooien alle energie in onze spieren er in één keer uit."

Dragrace organiseren

Lavyresen zou het wel zien zitten om eens een dragrace te houden met sprinters als Tim Merlier, Jonathan Milan of Olav Kooij. "Wij kunnen uit stilstand binnen dertig seconden naar tachtig kilometer per uur. Ik zou weleens een dragrace willen doen."

"Als we uit stilstand vertrekken, ga je een bizar verschil zien. Dan lig ik zo honderd meter voor. Maar na een kilometer of twee kilometer zijn zij me allang weer voorbij."