Waarom profs bijna nooit aan hun pedalen trekken en jij daar vandaag nog mee moet stoppen

Je hebt het vast vaak gehoord: je moet de hele cirkel rond trappen en je pedalen actief omhoog trekken. Klinkt stoer, maar de profs doen het vrijwel nooit. Wielertrainer Jim van den Berg laat zien waarom juist die gewoonte je vandaag nog onnodig watts kost.

Wielrenner klimt krachtig een helling op met pedalen duidelijk in beeld.

De mythe van het trekken aan je pedalen

Vraag een gemiddelde fanatieke fietser hoe je een perfecte pedaalslag maakt en de kans is groot dat je dit hoort: je moet de hele cirkel rond kracht leveren en het pedaal actief omhoog trekken. Klinkt logisch, want een pedaal draait rond, dus je wilt overal druk houden.

Alleen werkt het menselijk lichaam heel anders. We zijn gebouwd om hard kracht te leveren wanneer de knie strekt, niet wanneer hij buigt. De neerwaartse fase is dus je powerzone, de opwaartse fase is vooral een overgang. Van den Berg beschrijft op de website van Garmin hoe profs die overgang zo soepel mogelijk maken, maar er geen halve krachttraining van maken door het pedaal actief omhoog te sleuren.

Door obsessief te willen trekken maak je het jezelf juist moeilijker. Je levert kracht op momenten dat je lichaam daar niet efficiënt voor gemaakt is en je hebt geen enkel rustmoment meer binnen de pedaalslag. Dat is vragen om verspilde energie en een trapbeweging die nooit echt natuurlijk voelt.

Zo trappen profs werkelijk voor een soepele pedaalslag

In zijn analyse van de perfecte pedaalslag laat Van den Berg zien wat vermogensmeters en slimme indoortrainers verklappen over hoe profs trappen. Wat direct opvalt: hun kracht is veel beter gericht in de draairichting van de trapbeweging en ze hebben minder duidelijke dode punten rond boven en onder.

In de neerwaartse fase duwen ze vooral krachtig omlaag, net achter de trapas gericht, zodat zoveel mogelijk kracht de ketting in gaat. In de opwaartse fase doen ze iets veel subtielers: ze ontlasten het pedaal. Dat betekent dat het opgaande been niet zwaar hangt, maar actief meeloopt, zodat het andere been niet tegen een soort dood gewicht hoeft te duwen.

Alleen in extreme situaties, denk aan een heel steile klim met lage cadans, zie je dat er echt aan het pedaal wordt getrokken. Van den Berg schetst dat als een soort noodstand, niet als ideaalbeeld. Voor vrijwel elke training en toertocht is ontlasten slimmer dan trekken en voelt de pedaalslag uiteindelijk ook veel vloeiender.

Bikefit als verborgen saboteur van je pedaalslag

Volgens Jim van den Berg begint een goede pedaalslag niet bij een trucje op de pedalen, maar bij je positie op de fiets. Staat je zadel te hoog, dan wordt de overgang van de neerwaartse naar de opwaartse fase stroperig, omdat je been te gestrekt raakt. Staat je zadel te laag, dan blokkeer je juist de andere overgang en voelt de pedaalslag hoekig en zwaar.

Ook je zadelterugstand en cranklengte spelen een grotere rol dan veel renners denken. Sta je te ver naar achteren, of rij je met te lange cranks, dan kost het simpelweg te veel energie om de kracht in de juiste richting te krijgen. Gevolg: dode punten, slepende voeten en een pedaalslag die nooit echt rond voelt, hoe hard je ook je best doet.

Een goede bikefit is dus geen luxe, maar de basis. Pas als je positie klopt, heeft het volgens Van den Berg zin om echt met je pedaalslag te gaan spelen. Anders blijf je symptomen bestrijden, terwijl de oorzaak gewoon in een paar millimeter zadelhoogte of een verkeerde setback zit.

Wat jij vandaag al anders kunt doen op de fiets

Het goede nieuws: je hoeft je hele manier van fietsen niet radicaal om te gooien om dichter bij de pedaalslag van een prof te komen. Laat om te beginnen het idee los dat je het pedaal actief omhoog moet trekken. Richt je op een krachtige, gerichte neerwaartse fase en zorg dat je opgaande been niet in de weg hangt.

Let tijdens je volgende rit eens bewust op je gevoel rond boven en onder. Voelt het alsof je tegen een zwaar, traag stuk heen moet duwen, dan zit er waarschijnlijk een dode zone in je pedaalslag of is je positie niet ideaal. Merken je benen juist een soort soepel ritme waarin het ene been het andere bijna moeiteloos afwisselt, dan ben je al een stuk dichter bij hoe de profs trappen die Van den Berg beschrijft.

Met een goede bikefit, een realistischer beeld van wat een goede pedaalslag is en een beetje geduld kom je al verrassend ver. De echte winst zit niet in harder trekken, maar in slimmer duwen en je eigen lichaam niet tegenwerken bij elke omwenteling.