Veel wielrenners zijn zuinig op hun fiets en grijpen daarom snel naar het flesje olie of wax. Even een extra laagje voor de zekerheid, dan loopt alles weer soepel. Maar bij ketting smeren werkt het net andersom. Niet te weinig smeren is het probleem, maar juist de overdaad. En die overdaad kan je ongemerkt honderden euro’s kostbare slijtage per jaar opleveren aan ketting, cassette en tandwielen.
Te veel ketting smeren als verborgen geldlek
Het klinkt tegenintuïtief: je smeert je ketting omdat je slijtage wilt voorkomen, maar door te veel ketting smeren versnel je juist dat proces. Een glimmende, natte ketting lijkt misschien verzorgd, in de praktijk is het vaak een dure misvatting.
Olie of wax die dik op de buitenkant van de ketting blijft liggen, trekt alles aan wat je onderweg tegenkomt. Zand, stof, oude vuilresten, noem het maar op. Dat vormt samen een soort schuurpasta tussen de schakels en je tandwielen. Elke trapbeweging schuurt een beetje materiaal van je ketting en cassette af. Op papier lijkt dat weinig, maar over een heel seizoen tikt dat hard aan.
Een nieuwe ketting kost nog wel te overzien, maar als je cassette en eventueel je kettingbladen ook sneller versleten zijn, zit je al snel op een rekening waar je liever een weekend weg of een set wielen voor had gekocht.
Hoe te veel olie of wax je aandrijving sneller sloopt
Bij olie zie je het effect het duidelijkst. De eerste rit voelt je aandrijving nog soepel. Na een paar keer fietsen is je ketting pikzwart en plakkerig. Veel mensen denken dan dat dit gewoon bij een gebruikte ketting hoort. In werkelijkheid is dat zwarte laagje een mix van olie, vuil en metaaldeeltjes. Dat laatste is letterlijk afgesleten materiaal van je aandrijving.
Bij wax kun je dezelfde fout maken. Een veel te dikke laag drip wax kan de schakels minder soepel laten bewegen, vooral bij moderne 11 en 12 speed groepen. Nog een klassieker: wax over een ketting waarop nog restjes olie zitten. Dan krijg je een drab die nauwelijks afbreekt en je schakels verstopt. Ook dat zorgt voor extra slijtage, terwijl je dacht dat je je ketting juist een luxe behandeling gaf.
Herken jij deze signalen van overmatig ketting smeren
De kans is groot dat jij je ketting ook te enthousiast smeert als je een paar van deze dingen herkent.
- Je ketting is na twee of drie ritten al gitzwart.
- Er zitten duidelijke klodders op je derailleurwieltjes en tussen de tanden van je cassette.
- Je krijgt standaard zwarte strepen op je kuiten of aan de binnenkant van je broek.
- Je aandrijving voelt bij rustig trappen een beetje plakkerig in plaats van soepel.
- Je hebt steeds heftigere ontvetter nodig om alles nog een beetje schoon te krijgen.
Al die dingen wijzen erop dat er structureel te veel smeermiddel op de buitenkant van de ketting achterblijft. De smering hoort in de scharnierpunten te zitten. De rest is vooral dure rommel.
Zo smeer jij je ketting wel slim en bespaar je op onderdelen
Het goede nieuws: je kunt er wat aan doen. Je moet vooral je ketting anders smeren. Begin met goed schoonmaken. Hoe schoner je ketting is, hoe minder olie of wax nodig is om hem stil en soepel te laten lopen.
Bij olie is een klein druppeltje per schakel aan de binnenkant van de ketting genoeg. Draai de pedalen een paar keer rond zodat alles kan intrekken. Daarna komt de belangrijkste stap, die bijna iedereen overslaat: met een schone, droge doek de ketting stevig afvegen terwijl je achteruit trapt, net zo lang tot hij van buiten bijna droog aanvoelt.
Met drip wax werk je vergelijkbaar. Ketting eerst grondig ontvetten en volledig laten drogen. Dan een dunne, gelijkmatige lijn wax op de binnenkant, rustig rondtrappen en ruim laten drogen. Ook hier geldt: liever twee dunne rondes dan één dikke laag die alles dichtplamuurt.
Zo pak jij het echt slim aan. Minder kliederen, meer afvegen en je ketting van buiten zo schoon mogelijk houden. Dat levert je niet alleen een stillere, fijner lopende fiets op, maar vooral minder vaak een dure kassabon voor een nieuwe aandrijving.