Axel Merckx waarschuwt Pogacar: ‘Bij mijn vader was het hoofd eerder op dan de benen’

Tadej Pogacar domineert zoals weinig renners dat ooit deden. Maar volgens Axel Merckx schuilt het echte gevaar niet in zijn benen, wel in zijn hoofd.

axel merckx samen met vader eddy merckx

Pogacar als maatstaf van deze generatie

Wie het wielrennen de afgelopen jaren volgt, kan niet om Tadej Pogacar heen. Overwinningen stapelen zich op, tegenstanders lijken vaak bij voorbaat kansloos. In dat opzicht is Pogacar de absolute maatstaf van zijn generatie. Axel Merckx ziet in die dominantie iets dat hij maar al te goed herkent.

"Ik vergelijk liever geen generaties, maar hij domineert vandaag de dag net zoals mijn vader dat vroeger deed", vertelt Merckx aan La Dernière Heure.

"Naast zijn indrukwekkende lijst met prestaties, maakt vooral de frisheid die hij uitstraalt na de finish indruk op me. Aan het einde van het laatste WK, waar iedereen compleet uitgeput was, kon je je bijna afvragen of hij wel echt meer dan zes uur op de fiets had gezeten."

De schaduwkant van absolute dominantie

Die vergelijking met Eddy Merckx is geen vrijblijvende lofzang. Volgens zoon Axel hoort bij dat niveau ook een prijs die vaak pas zichtbaar wordt als het te laat is. Niet in de koers, maar ernaast. "Overal waar hij komt, is er altijd een soort constante aandacht op hem gericht", weet Merckx.

"En dat is ook wat zo uitputtend is. Ik was te jong om het te beseffen, maar als mijn vader over het einde van zijn carrière praat, was het vooral de mentale vermoeidheid, veel meer dan de fysieke vermoeidheid, die hem het meest parten speelde. Op een gegeven moment geeft je brein je benen het signaal om te stoppen.”

Van der Poel als natuurlijke rem op totale dominantie

Voor het komende seizoen verwacht Merckx geen instorting. Pogacar blijft de maatstaf. Maar er is wél één renner die het verhaal spannend houdt, zeker in de monumenten, stelt hij tot slot.

“Het grootste probleem voor Pogacar in La Primavera, maar ook in Parijs-Roubaix, is Van der Poel. Zonder de Nederlander had Pogi alle monumenten al gewonnen! Zo simpel is het.”

En misschien is dat wel gezond, ook voor Pogacar zelf. Niet omdat hij “beschermd” moet worden, maar omdat elke kampioen een grens nodig heeft die hem dwingt scherp te blijven, zonder dat hij zichzelf opbrandt aan de aandacht eromheen.