Geen onemanshow, wel meteen winst voor Mathieu van der Poel
Mathieu van der Poel stapte in Namen weer het veld in en ja hoor, hij won direct. Alleen: het zag er anders uit dan vorig jaar, toen hij iedereen al na een dikke minuut op achterstand zette. Nu bleef het lang samen en was het felbevochten - zonder foutje had Thibau Nys misschien wel kunnen winnen.
Van der Poel temperde de verwachtingen vooraf al een beetje met een opvallend eerlijk zinnetje: “Ik ben een procentje minder dan vorig jaar”, tekende Het Nieuwsblad op. Niet als excuus, meer als context. En eerlijk is eerlijk: dat maakt de cross juist leuker.
Namen maakte het lastig om echt verschil te maken
Het parcours hielp ook niet mee als je meteen een gat wil slaan. Veel stukken waar je vooral kunt volgen, minder momenten om echt door te drukken. Van der Poel voelde dat snel aan en paste zich daarop aan.
“Ik had snel door dat het moeilijk zou worden om er voor de laatste ronde vanaf te geraken, dus keek ik de kat uit de boom en focuste ik me op de laatste halve ronde. Ik had wel het gevoel dat ik het onder controle had als er eens gaatjes vielen.”
Dat is typisch Mathieu: jij ziet een groepje, hij ziet een schema. En als lezer kun je daar best van genieten, want het is een mini-masterclass koerslezen.
Van der Poel wint, maar blijft kritisch op zijn niveau
Na afloop klonk hij niet alsof hij net een statement had gemaakt. Meer alsof hij een trainingsblok afvinkte, met een paar kanttekeningen erbij.
“Het lag in de lijn der verwachtingen. Ik had vooraf ingeschat dat het me veel moeite zou kosten om te winnen. Crosstechnisch was het, op een paar foutjes na, best oké voor een omloop als deze. Het zijn vooral de inspanningen die beter moeten.”
Kortom: hij is er, hij wint, maar hij is nog niet op het punt dat hij wil zijn. En dat brengt ons bij de kern van het verhaal.
‘Te snel te goed’ wil hij dit seizoen vermijden
Van der Poel won dus, maar dat betekent niet dat hij nu al op maximale scherpte wil staan. Juist niet. Die les leerde hij vorig seizoen, zegt hij zelf. “Vorig jaar was ik te snel te goed. Daarom heb ik gevraagd om rustiger op te bouwen.”
En dat werkt door in de manier waarop hij dit seizoen plant en traint. Minder pieken in december, meer opbouwen richting het echte doel.
“Ik sta bewust iets minder ver dan vorig seizoen. Toen had ik het gevoel dat ik te snel te goed was, zowel op training als in wedstrijd. Ik was meteen super, maar verbeterde nog amper richting het WK. Daarom heb ik gevraagd om nu rustiger op te bouwen. Nu is mijn basis goed, want ik heb al veel uren getraind, maar met minder intensiteit dan vorig jaar.”
Dat is meteen ook de boodschap aan de concurrentie: als dit ‘iets minder ver’ is, dan is de lat alsnog behoorlijk hoog.
- Cor Vos