Zelfde FTP, toch lossen: het verschil zit in je ‘tweede uur’

Je FTP kan er prachtig uitzien, je training kan voelen als een succes, en toch krijg je in de koers na 60 tot 90 minuten ineens dat bekende gevoel: benen vol cement, hartslag hoog, maar het tempo zakt weg. Dat is geen magie en ook geen gebrek aan karakter. Het is vooral: de realiteit van het ‘tweede uur’.

Vermoeide wielrenner raakt het wiel kwijt in het peloton tijdens de koers, gezicht vertrokken van inspanning in het tweede uur.

FTP in wielrennen is een handig getal, maar geen glazen bol

FTP is grofweg het hoogste gemiddelde vermogen dat je ongeveer een uur kunt volhouden. Handig voor trainingszones, progressie en vergelijken. Maar het probleem begint zodra je FTP gaat behandelen als voorspeller van hoe jij koerst.

In een koers rijd je zelden een uur strak op één tempo. Het is optrekken, afremmen, weer optrekken, wind, bochten, stress, en ondertussen proberen niet te vergeten te eten. FTP meet vooral hoe sterk je bent in een relatief stabiele inspanning. Koershardheid zit juist in wat er daarna nog over is.

Het ‘tweede uur’ is waar het verschil gemaakt wordt

Veel renners kunnen een sterke 20 of 40 minuten neerzetten. Maar koers na koers zie je hetzelfde patroon: na ongeveer een uur begint de klad erin te komen. Niet omdat je ineens “minder fit” bent, maar omdat vermoeidheid je motor anders laat werken.

Daarom kun je twee renners met dezelfde FTP hebben, waarbij de één in de finale nog kan schuiven en reageren, en de ander vooral bezig is met overleven. In de praktijk wint zelden het hoogste testgetal, meestal wint de renner die het beste blijft functioneren als het al lang niet meer leuk is.

Time to Exhaustion, hoe lang is jouw drempel echt bruikbaar?

Een term die veel beter past bij koersgevoel is Time to Exhaustion, vaak afgekort als TTE. Simpel gezegd: hoe lang kun jij een vermogen rond je FTP volhouden voordat je leegloopt?

Als jouw FTP 300 watt is, maar je kunt dat niveau maar kort vasthouden, dan heb je een mooi cijfer dat in de koers niet zo veel comfort geeft. Iemand met dezelfde FTP, maar met een langere TTE, rijdt met hetzelfde “getal” in feite met meer marge.

En dat voel je: die renner lijkt rustiger, minder paniekerig, kan een gat dichten zonder meteen te sterven, en komt vaak frisser bij het lastige deel van de koers.

Duurvermogen en ‘durability’, wat blijft er over als je al veel werk hebt gedaan?

Wat vaak onderschat wordt: niet je frisse waarden, maar je vermogens na een hoop kJ’s beslissen de koers. Dit wordt steeds vaker samengevat onder durability of fatigue resistance: hoe sterk blijft je prestatie als je al moe bent?

Daar zit het verschil tussen “ik heb een goede FTP” en “ik kan koersen”. De één verliest na anderhalf uur een flinke hap van zijn 5 minuten of 20 minuten vermogen, de ander houdt veel meer vast. En dat is precies waarom sommige renners altijd nog een versnelling hebben, ook al zijn ze in tests niet per se indrukwekkender.

Herhaalbaarheid, de kunst van vaak hard gaan zonder te breken

Koersen zijn geen éénmalige drempeltest. Het zijn tientallen momenten waarop je even boven je comfortabele niveau schiet. Een bocht uit, een waaier, een heuveltje, een aanval, een tegenaanval, en weer door.

Als je goed bent in één lange inspanning maar slecht in herhalen, dan voelt een koers als een spelletje lucifers: elke keer dat je moet reageren brand je er eentje op, en op een gegeven moment is het doosje leeg.

Eten, de minst sexy factor die je FTP in leven houdt

De grootste oorzaak van “ineens leeg” is vaak niet je trainingsschema, maar je tank. In het tweede uur ga je merken of je voldoende koolhydraten binnenkrijgt. Wie te weinig eet, ziet zijn vermogen dalen, ook als de conditie top is.

Het irritante is: dit voelt alsof je benen slecht zijn. In werkelijkheid is het soms gewoon een energietekort met een slecht excuus als bijwerking. En ja, je kunt dit trainen, net als intervallen, door tijdens trainingen consequent te oefenen met je inname.

Zo gebruik jij FTP wél slim, zonder erin te trappen

FTP blijft een nuttig anker, zolang je het niet als eindstation ziet. Kijk naast je FTP ook naar hoe je vermogen zich gedraagt na een uur, of je harde blokken kunt herhalen, en of je voeding op orde is.

De betere vraag is niet “hoe hoog is mijn FTP?”, maar “wat kan ik nog als het er echt om gaat?”. Want laten we eerlijk zijn: dat is meestal pas in dat ‘tweede uur’, of nog veel later.