Dit verhaal was in 2025 een van de best gelezen stukken op Wieler Revue, juist omdat de oude garde zó ongefilterd is dat je vanzelf doorleest.
De Vlaeminck prikt door Vingegaards programma heen
Roger De Vlaeminck stoort zich al langer aan renners die vooral pieken naar een paar momenten per jaar. Jonas Vingegaard is voor hem het schoolvoorbeeld. Merckx geeft hem daarbij de voorzet en wijst erop dat Vingegaard weinig koerst en hem eerder geen goede indruk gaf.
De Vlaeminck hoeft vervolgens niet lang na te denken. Voor hem is het simpel: Vingegaard is onmiskenbaar een sterke ronderenner, maar hij rijdt volgens De Vlaeminck te weinig om de status en het salaris te rechtvaardigen.
“Da’s zeker dat Vingegaard een goede ronderenner is, maar hij rijdt niet. Waarvoor betalen ze die een heel jaar?”
Het is typische De Vlaeminck-logica: als je betaald wordt als kopman, dan wil hij je ook regelmatig zien, niet alleen wanneer de kalender je perfect uitkomt.
Pogacar krijgt lof, maar geen Merckx-status
Over Tadej Pogacar zijn ze wél onder de indruk, al komt het compliment met een scherpe rand. De Vlaeminck wil Pogacar niet in één adem noemen met Merckx. Niet omdat Pogacar geen kampioen is, maar omdat Merckx voor hen nog altijd de buitencategorie is waar niemand bij in de buurt komt.
“We spreken vandaag allemaal over Pogacar. Maar als ik nu naar de koers kijk, zit er geen ene bij zoals Eddy, nog geen halve, ook Pogacar niet. Ik overdrijf misschien een klein beetje, maar niet veel.”
Het is zo’n uitspraak die je twee keer leest: eerst om de stelligheid, daarna om de vraag wat er eigenlijk nog móét gebeuren voordat iemand “goed genoeg” is in de ogen van De Vlaeminck.
Pedersen krijgt er ook van langs
Volgens De Vlaeminck is Pogacar bovendien te vaak alleen op pad, omdat de tegenstand tekortschiet. En dan komt Mads Pedersen in beeld, die in zijn ogen te snel tot supercoureur wordt uitgeroepen.
“Of Pedersen. Ze maken daar nu een hele goeie van omdat hij een paar ritten in de Ronde van Italië wint. Maar hij kan geen tijdrit winnen en hij kan geen bergrit winnen. Dan ben je voor mij geen supercoureur. Wat heeft Pedersen al gewonnen?”
Het is de klassieke meetlat van vroeger: alles kunnen, altijd meedoen, overal winnen. De Vlaeminck blijft een man van 'compleetheid', en daar legt hij de lat zonder gêne.
Merckx twijfelt bij Van Aert, en hoopt op de oude versie
Bij Wout van Aert wordt het opvallend genoeg iets genuanceerder. Merckx kijkt meer zoekend dan veroordelend. Hij ziet dat Van Aert in de klassiekers niet zichzelf was en koppelt dat aan een eerdere valpartij, met een mogelijk effect op vertrouwen en durf.
“Ik weet het niet met Van Aert. In de klassiekers was hij toch niet goed, vond ik. Die val in de Ronde van Spanje verleden jaar heeft hem een klop gegeven. Hij is precies voorzichtiger, heeft meer schrik gekregen. Ik hoop dat de Ronde van Italië hem goed gedaan heeft”, zei Merckx in het voorjaar.
En ergens is dat misschien de kern van dit hele gesprek: de oude garde kijkt niet alleen naar wattages of schema’s, maar vooral naar wat ze vroeger 'koersgevoel' noemden. Durf, brutaliteit, honger. En als ze dat missen, dan zeggen ze het ook gewoon.
- Cor Vos