Thijs Zonneveld over Pogacar vs Merckx: 'Dat gaat echt nergens over'

Sommige discussies gaan jarenlang heen en weer, tot iemand ineens zegt: stop ermee. Thijs Zonneveld deed dat met het Merckx-debat, en zijn uitleg over Tadej Pogacar maakt bij veel lezers direct iets los.

Tadej Pogacar viert een overwinning met gebalde vuisten

Dit verhaal was in 2025 een van de best gelezen stukken op Wieler Revue, juist omdat het heilige huisjes omver duwt, en omdat Zonneveld het niet laat bij een one-liner, maar zijn standpunt echt onderbouwt.

Zonneveld noemt Pogacar de beste ooit, zonder omwegen

In de podcast In De Waaier heeft Zonneveld het over Pogacar op een manier die je zelden hoort, zelfs niet over supersterren. Niet voorzichtig, niet met mitsen en maren, maar alsof het al lang duidelijk is.

“Hoed af, petje af, chapeau, respect, blablabla, beste renner ooit, het hele riedeltje.”

En dat “beste renner ooit” komt niet als losse hype. Samen met Hidde van Warmerdam zet hij het tegenover de klassieke vergelijking die vooral in België gevoelig ligt: Merckx versus Pogacar.

Van Warmerdam wijst erop dat mensen vaak nog twijfelend zeggen “misschien wel de beste ooit”. Zonneveld vindt die twijfel vooral een gewoonte, niet iets dat inhoudelijk nog overeind staat.

'Dat gaat echt nergens over', Zonneveld kraakt het Merckx-debat

Zonneveld noemt de vergelijking met Eddy Merckx in de huidige discussie scheef, en niet een beetje ook. Zijn kernpunt: de sport is zo veranderd dat je prestaties uit twee totaal verschillende werelden naast elkaar legt.

“Dat gaat echt nergens over. We hebben het vaak genoeg gezegd: Eddy Merckx fietste tegen renners uit drie, vier andere landen en het hele jaar tegen dezelfde renners. Pogacar doet dit tegen alle specialisten op alle terreinen, in een zeer gemondialiseerde sport, afgezien van één continent.”

Volgens Zonneveld is de breedte van de concurrentie nu simpelweg groter. De sport is globaler, specialistischer, en het niveau is op elk terrein hoger. En juist daarom vindt hij Pogacars dominantie indrukwekkender.

We mogen blij zijn dat er nog tegenstand bestaat

Zonneveld maakt nog een tweede punt dat lezers vaak onthouden: Pogacar leeft in een tijdperk waarin er toevallig nóg een paar buitenaardse renners rondrijden. En dat is, volgens hem, eigenlijk de enige reden dat Pogacar niet alles op een hoop veegt.

“Hoe blij moeten we zijn dat we in een tijdperk leven waarin er nóg een paar heel goede renners zijn? Waarin Evenepoel bestaat, waarin Mathieu van der Poel bestaat, waarin Jonas Vingegaard bestaat. Kan je je voorstellen dat één van die renners, of twee van die renners er de afgelopen jaren niet was geweest?”

Daarmee schetst hij een alternatief universum waarin Pogacar nóg absurdere cijfers had gehad. Het klinkt als overdrijving, maar zijn voorbeeld is concreet: neem Van der Poel weg en ineens ligt een koers als Parijs-Roubaix ook open.

'Dan had hij gewoon alles gewonnen'

Zonneveld zet het scherp neer: het is al absurd, maar het had nog absurder gekund. En hij noemt daarbij precies de koersen die normaal gesproken door totaal verschillende types renners gewonnen worden.

“Als Mathieu van der Poel er dit jaar niet was geweest, had Pogacar gewoon alles gewonnen waar hij aan de start had gestaan. Dan had-ie ook gewoon Parijs-Roubaix gewonnen. Dan had hij van de zwaarste kasseienklassieker, geschikt voor de zwaarste en meest bonkige renners, tot en met het zwaarste WK ooit alles gewonnen. En alles wat ertussen zit.”

Hij maakt het nog menselijker door te benoemen dat het juist waardevol is dat Pogacar af en toe wél geklopt wordt, omdat je dan even ziet dat het geen machine is.

“Dit is al absurd, maar hij werd tenminste nog geklopt in Parijs-Roubaix, daar hebben we nog gezien dat het een mens was. Naja, en oké, het WK tijdrijden, daar kreeg hij een pak op z'n broek van Evenepoel.”

Waarom deze discussie zo blijft terugkomen

De discussie “beste ooit” gaat nooit alleen over uitslagen. Het gaat ook over nostalgie, nationale trots, en welke versie van wielrennen je het liefst onthoudt. Zonneveld prikt daar doorheen met één simpele gedachte: je moet prestaties ook wegen naar hoe groot en sterk het veld is waarin ze geleverd worden.

En precies daarom bleef dit fragment zo hangen. Niet omdat iedereen het ermee eens is, maar omdat het je dwingt om je eigen beeld van “vroeger was alles beter” even te checken.