Bart Wellens over Van der Poel en Van Aert, dit fragment bleef hangen in 2025
Dit was in 2025 een van de best gelezen verhalen op Wieler Revue, juist omdat Wellens hardop zei wat veel mensen wel denken, maar zelden zo scherp durven formuleren. En nu het crossseizoen weer in volle gang is en Van der Poel opnieuw domineert, klinken diezelfde woorden uit z'n column in Het Nieuwsblad weer opvallend actueel.
Van der Poel domineert weer, en het gevoel is herkenbaar
We zitten middenin het huidige crossseizoen en het patroon is duidelijk. Zodra Van der Poel aan de start staat, verandert de dynamiek. Het publiek is er, de aandacht is maximaal, maar de spanning kan ook snel verdwijnen. Niet omdat het veldrijden saai is, maar omdat de hiërarchie soms meteen glashelder lijkt.
Dat is precies het ongemak dat Wellens na het vorige seizoen benoemde. Hij genoot van het veld, maar zag ook hoe groot de overmacht van vooral Van der Poel kan zijn, en wat dat doet met de rest van het peloton.
Wellens ziet renners al buigen als de Grote Twee meedoen
Volgens Wellens is het niet alleen een kwestie van benen. Hij ziet bij sommige renners een gelaten houding zodra Van der Poel en Van Aert meedoen. Alsof ze vooraf al weten dat het voor plek twee of drie is. “Alsof ze weten dat ze voor plek twee of drie aan het rijden zijn. Dat zou niet mogen.”
Hij haalde Eli Iserbyt aan als voorbeeld van hoe het wél kon, toen die in Gullegem Van Aert serieus onder druk zette. Zo wil Wellens het altijd zien. Maar hij ziet ook een terugkerend patroon: wanneer Van Aert en Van der Poel erbij komen, zakt het bij sommige renners juist in. “Daar kan je bijna je klok op gelijk zetten.”
‘Misschien moet er eens iemand opstaan en zeggen dat het kul is’
Dan komt de zin waar dit verhaal om draait. Wellens verplaatst het naar zijn eigen carrière en zegt dat hij het moeilijk had gevonden als wegrenners 'even' het veld in waren gedoken, met alle aandacht en dominantie van dien.
“Weet je, ik zou het daar moeilijk mee hebben gehad als er destijds wegrenners nog eens even kwamen crossen. Misschien moet er eens iemand opstaan en zeggen dat het kul is dat die jongens komen crossen. Maar niemand durft dat te zeggen.”
Het schuurt, juist nu. Want Van der Poel laat dit seizoen opnieuw zien hoe groot het verschil kan zijn. Zijn aanwezigheid tilt de sport omhoog, maar kan haar tegelijk ook voorspelbaar maken. Dat spanningsveld is precies wat Wellens blootlegt.
Thibau Nys krijgt lof, omdat de cross meer lef nodig heeft
Wellens blijft niet hangen in kritiek. Hij ziet ook wie de cross nieuw leven kan geven. In Thibau Nys ziet hij iemand die meer brengt dan alleen rondjes rijden.
“Thibau is een populaire jongen, hij brengt veel mensen naar de cross. En hij durft al eens iets te zeggen. Of hij durft zijn haar al eens wit te kleuren. Snap je, dat zijn de mannen die je nodig hebt in de cross.”
Wellens vindt dat er te veel ‘droogstoppels’ rondrijden: renners die trainen en in het weekend hun cross komen rijden, zonder extra flair. Juist in een seizoen waarin één superster zo overheerst, heb je figuren nodig die het verhaal groter maken dan alleen de uitslag.
Waarom deze uitspraak nu weer rondzingt
Niemand betwist dat Van der Poel en Van Aert publiek trekken. Niemand wil ze weren. Maar Wellens stelt een ongemakkelijke vraag: wat doet het met de competitie als de rest zich soms al lijkt neer te leggen bij plek twee?
Omdat Van der Poel dit seizoen opnieuw wegrijdt alsof het logisch is, voelt deze quote niet als oud zeer. Ze voelt als iets wat je dit weekend weer hoort langs het parcours.
- Cor Vos