Het beeld van de dubbelgeklapte enkel van Wout van Aert in Mol ging door merg en been. Hoewel de diagnose relatief meevalt, is de timing desastreus. Het cross-seizoen is voorbij en de voorbereiding op het voorjaar is opnieuw verstoord. In de wielerpodcast In De Waaier analyseert journalist Thijs Zonneveld de situatie met een harde, maar heldere conclusie. De opeenstapeling van blessures en ziektes is volgens hem “de belangrijkste reden dat het gat tussen hem en Van der Poel en Pogacar zo groot is geworden.”
De machine versus de ‘verkramping’
Waar Mathieu van der Poel de afgelopen jaren blessurevrij bleef en zich onverstoord kon doorontwikkelen, is het verhaal van Van Aert er een van vallen en opstaan. En dat laat volgens Zonneveld diepe sporen na, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. “Er zit soms wel een verkramping in”, stelt hij, doelend op de durf en techniek van de Belg. Elke valpartij, elke ziekteperiode is een nieuwe ‘kras’ op het vertrouwen.
Die verkramping is funest in een sport waar tienden van seconden het verschil maken. Waar Van der Poel vrijuit en met absoluut zelfvertrouwen koerst, zie je bij Van Aert soms de rem erop staan. Het is de angst voor een nieuwe tegenslag die onbewust in het systeem sluipt en de pure, onbevangen klasse in de weg staat.
‘Knippen en plakken’ in plaats van doorontwikkelen
Zonneveld vat de carrières van de twee rivalen pijnlijk treffend samen. “Van der Poel heeft zich constant kunnen doorontwikkelen, dat is nu echt een machine. Bij Van Aert is het knippen en plakken.” Die uitspraak is de kern van het probleem. Een perfecte winter had hem dichter bij de concurrentie moeten brengen, maar in plaats daarvan is het weer een strijd tegen de klok.
De zware val in de Tour de France van 2019, de ziekteperiodes, de crash in Dwars door Vlaanderen en de smak in de Vuelta van 2024: het is een lange lijst. Elke keer kost het weken, zo niet maanden, om weer op niveau te komen. Tijd die zijn rivalen gebruiken om nóg beter te worden. Zo wordt een carrière geen gestage opbouw, maar een constante cyclus van revalideren en terugvechten.
Een winter van achterstand in plaats van opbouw
Wat betekent dit voor de komende voorjaarsklassiekers? Het wordt voor Van Aert vooral een kwestie van schadebeperking. Waar hij had gehoopt een winter lang te kunnen bouwen en schaven, moet hij nu weer een achterstand goedmaken. “In plaats van doorbouwen deze winter, is het weer drie weken of een maand niet of minder trainen”, besluit Zonneveld.
- Cor Vos