Laten we eerlijk zijn: het is heerlijk om de fatbike te haten. Het is een gedrocht op wielen, een esthetische misser van de bovenste plank. Met die dikke banden en dat lompe frame ziet het eruit alsof een brommer en een mountainbike een onwettig kind hebben gekregen dat niemand eigenlijk wil.
Iedereen, van de bezorgde ouder tot de verbolgen automobilist, wijst met het vingertje naar dat zwarte monster. "Kijk nou, levensgevaarlijk!" roepen we in koor.
Maar laten we stoppen met onszelf voor de gek te houden. De fatbike is niet het probleem. De fatbike is slechts de bliksemafleider. Het is de ideale zondebok die het échte, veel grotere probleem verbloemt: het feit dat het overgrote deel van de Nederlandse jeugd tegenwoordig niet meer fietst, maar zich laat vervoeren door een elektromotor.
De doodsteek voor de conditie
De elektrische fiets, ooit bedoeld als steuntje in de rug voor senioren, is gemeengoed geworden voor fietsend Nederland. En dus ook voor tieners die barsten van de energie – of dat althans zouden moeten doen.
We faciliteren een generatie die niet meer weet wat tegenwind is. Fietsen naar school was vroeger de basis van je conditie, een dagelijkse portie beweging die je gratis en voor niets kreeg. Nu is het een passieve verplaatsing geworden.
Voor de veiligheid is de combinatie van onervarenheid en snelheid al een ramp, maar voor de volksgezondheid is het nog veel erger. We kweken een generatie die bij de minste of geringste fysieke inspanning al naar een schakelaar zoekt.
Comfort als levensbehoefte
De e-bike is het summum van de steeds luier wordende Nederlander. We zijn comfort en luxe gaan zien als primaire levensbehoeftes, terwijl we prima zonder kunnen. Het is een glijdende schaal. De vaatwasser en de wasdroger? Die zijn inmiddels standaard en dat kan ik nog wel begrijpen; dat scheelt tijd in een druk gezin.
Maar kijk eens om je heen. Robotstofzuigers die door kamers van twaalf vierkante meter zoemen. Robotmaaiers die postzegel-gazonnetjes kortwieken waar je met een handmaaier in vijf minuten klaar zou zijn. De vraag is niet meer: "Is dit nodig?", maar: "Waarom zou ik moeite doen als het niet hoeft?"
De totale uitbesteding van het leven
Die e-bike staat symbool voor een beschaving die langzaam richting de afgrond glijdt, comfortabel zittend op een zadel met trapondersteuning. We geven steeds meer uit handen. Kijk naar Artificial Intelligence. Zelfs een simpele sollicitatiebrief of e-mail typen we niet meer zelf; dat laten we ChatGPT wel doen.
Waar eindigt dit? Nog even en we besteden alles uit. Van koken tot klussen en van autorijden tot de liefde bedrijven: binnenkort doen we niets meer zelf. We worden toeschouwers van ons eigen leven, passieve consumenten van gemak.
Tijd voor een verbod
Het is tijd om dat te keren. En laten we beginnen bij de jeugd, bij de basis. Weg met die e-bike voor scholieren. Is dat hard? Misschien. Maar fietsen naar school hoort geen straf te zijn; het is een zegen voor je lijf en je geest.
Hoe we het gaan handhaven? Geen idee. Maar pas wanneer ik weer groepen jongeren zie zwoegen tegen de wind in, op roestige stadsfietsen zonder accu maar mét karakter, pas dan geloof ik weer in onze toekomst. Tot die tijd zijn we, vrees ik, hard op weg om onszelf overbodig te maken.