Het is misschien wel de grootste ergernis onder wielrenners die lange tochten maken. Je bent lekker onderweg en langzaam begint het bekende ‘mierenlopen’. Eerst je pink, dan je ringvinger en voor je het weet sta je bij het stoplicht met je handen te wapperen om het gevoel terug te krijgen.
De logische reactie van bijna elke fietser? We rennen naar de (web)winkel voor materiaal met meer demping. We monteren extra dik stuurlint of kopen handschoenen met enorme gel-pads. Maar als je na die investeringen nog steeds last hebt, is de boodschap duidelijk: het ligt niet aan je materiaal, maar aan hoe jij dat materiaal vasthoudt.
Druk op de zenuwen is de boosdoener
De meeste recreatieve fietsers laten hun handen wat nonchalant plat bovenop de shifters rusten. Daarbij leunt het volle gewicht van je bovenlichaam vaak op het zachte midden van je handpalm. Precies door dat gebied lopen belangrijke zenuwen (zoals de nervus ulnaris) die naar je vingers leiden.
Door constant druk uit te oefenen op dit zachte weefsel knel je de boel als het ware af. Het resultaat is die vervelende tinteling of zelfs complete gevoelloosheid. De truc is dus niet om die druk te dempen met gel, maar om de drukpunten te verplaatsen naar een deel van je hand dat wel tegen een stootje kan.
Verplaats het steunpunt naar het bot
De oplossing die in het profpeloton de standaard is, heet ook wel de slot-techniek. Hierbij negeer je het zachte midden van je hand en zoek je de ‘hiel’ van je handpalm op.
Dit is de harde buitenrand aan de kant van je pink. Dit benige gedeelte kan veel beter langdurige druk verdragen. Je plaatst deze harde rand precies op de overgang waar je stuur overgaat in het rubber van de shifter. Dit vormt je nieuwe, solide steunpunt. Het voelt in het begin misschien even onwennig, maar je merkt direct dat de druk op je zenuwbanen wegvalt.
Vergrendel je handen voor meer controle
Als je steunpunt goed staat, is het tijd voor stap twee: de lock. Je wikkelt je duim stevig om de binnenkant van de shifter heen. Hierdoor creëer je samen met de hiel van de hand een onbreekbaar slot. Je hand zit nu vastgeklikt tussen de hiel aan de buitenkant en je duim aan de binnenkant.
Je vingers laat je vervolgens losjes over de bovenkant vallen; die hoeven niet te knijpen. Het grote voordeel van deze greep is niet alleen comfort. Omdat je handen min of meer vergrendeld zitten, heb je veel meer controle over de fiets. Zelfs als je over kasseien of een slecht wegdek stuitert, schieten je handen niet zomaar weg.
Afkijken bij de moderne profs
Als je de volgende keer koers kijkt, let dan eens op de handen van renners als Tadej Pogačar of Remco Evenepoel. Je zult zien dat zij deze techniek perfect beheersen. Sterker nog, veel profs draaien hun shifters tegenwoordig iets naar binnen.
Hierdoor kun je de ‘hiel’ van je hand nog makkelijker tegen de buitenkant van de shifter duwen en je vingers verder om de kop heen krullen. Dit zorgt voor de zogenaamde ‘paws’ houding: je ellebogen vallen vanzelf naar binnen, je zit aerodynamischer en je hebt geen last meer van slapende vingers. Kleine moeite, groot plezier.