Dit is het grootste nadeel van Shimano Di2 dat niemand je vertelt

Iedereen roemt de Japanse perfectie, maar als je ooit met een lege accu langs de kant hebt gestaan, weet je dat er één punt is waar de concurrentie stiekem een enorme voorsprong heeft genomen.

Split-screen vergelijking: Links een Shimano Di2 derailleur die via een kabel wordt opgeladen, rechts een hand die een losse SRAM eTap AXS accu uit de derailleur haalt.

Japans vernuft tegen Amerikaanse bluf

Jarenlang was de keuze voor een nieuwe racefiets simpel: je koos voor Shimano, tenzij je echt een reden had om dat niet te doen. De Japanse marktleider staat synoniem voor betrouwbaarheid.

Maar de laatste jaren is de dominantie doorbroken door SRAM. De Amerikanen kozen niet voor evolutie, maar voor revolutie met volledig draadloze systemen. Hoewel beide merken fantastisch schakelen, zit er een fundamenteel verschil in het gebruiksgemak dat in de showroom vaak onbesproken blijft, maar in de praktijk voor frustratie kan zorgen.

De achilleshiel van de interne accu

Het grote nadeel van Shimano Di2 zit hem in de afhankelijkheid van de vaste accu. Shimano werkt met een semi-draadloos systeem waarbij de batterij diep in je frame of zadelpen zit weggewerkt. Die gaat ontzettend lang mee, dat is het probleem niet. Het probleem ontstaat op het moment dat je vergeet te laden. Omdat de accu vastzit, moet je hele fiets naar een stopcontact toe.

Woon je in een appartement zonder stroom in de berging, of staat je fiets op zolder? Dan moet je dus met de hele fiets gaan slepen om een kabeltje in je achterderailleur te prikken.

De redding van de wisselbare batterij

Hier heeft SRAM echt een streepje voor met hun eTap AXS-systeem. Hun derailleurs werken op losse, klikbare accu's. Is je achterderailleur leeg tijdens een rit? Dan wissel je hem in tien seconden om met de accu van je voorderailleur.

Zo kun je in ieder geval nog schakelen en thuiskomen. Bovendien klik je de accu’s na de rit simpelweg van je fiets en neemt ze in je broekzak mee naar binnen om op te laden. Je fiets kan gewoon in de schuur blijven staan.

Schakelen als een F1-coureur

Naast de stroomvoorziening is ook de bediening compleet anders. Shimano houdt vast aan de vertrouwde indeling: links voor het voorblad, rechts voor de cassette achter. SRAM heeft dit overboord gegooid. Linkerhendel is lichter, rechterhendel is zwaarder. Wil je voor schakelen? Dan druk je beide knoppen tegelijk in.

Dit klinkt vreemd, maar went binnen één rit. Zeker in de winter, met dikke handschoenen aan, is de kans dat je bij SRAM misgrijpt een stuk kleiner dan bij de twee kleinere knopjes van Shimano.

Waarom monteurs liever Shimano zien

Betekent dit dat Shimano de slag verloren heeft? Zeker niet. Zodra er onderhoud gepleegd moet worden, winnen de Japanners terrein terug. Shimano gebruikt minerale olie in de schijfremmen. Dit is vriendelijk spul dat je lak niet aantast en geen vocht aantrekt.

SRAM gebruikt DOT-vloeistof, hetzelfde als in auto's. Dit is agressief, hygroscopisch (trekt water aan) en vraagt vaker onderhoud. Voor de thuissleutelaar is het werken met Shimano-remmen een stuk vergevingsgezinder dan het giftige goedje van de concurrent.

Kies je voor gemak of zekerheid?

De keuze is niet meer zo zwart-wit als vroeger. Ga je voor Shimano, dan kies je voor verfijning, extreem lange accuduur en onderhoudsvriendelijke remmen, maar neem je het gedoe met opladen via een kabel voor lief.

Kies je voor SRAM, dan kies je voor het ultieme gebruiksgemak van wisselbare accu's en een intuïtieve bediening, maar weet je dat je remmen iets meer liefde en aandacht vragen. Je ketting gaat dan wel weer een stukje langer mee.