Wie begin jaren 2010 de carrière van Lars van der Haar volgde, had zijn geld zonder twijfel ingezet op een toekomstige wereldkampioen bij de elite. Met twee opeenvolgende wereldtitels bij de beloften in 2011 en 2012 leek hij voorbestemd voor het allerhoogste. Toch staat die ene regenboogtrui niet op zijn palmares, en de reden heeft twee namen: Mathieu van der Poel en Wout van Aert.
De komst van de tenoren: ‘In het begin voelt dat vervelend’
Terwijl Van der Haar zich opwerkte naar de top van de elitecategorie, verscheen er een duo op het toneel dat de sport voorgoed zou veranderen. In de podcast Live Slow Ride Fast is hij openhartig over die periode. “In het begin voelt dat natuurlijk heel vervelend. Want ja: we zijn goed, maar zij zijn beter,” erkent Van der Haar.
"Eén of twee wereldtitels gekost"
De hegemonie van Van der Poel en Van Aert, die sinds 2015 bijna alle wereldtitels onderling verdeelden, had gevolgen. Van der Haar windt er geen doekjes om. “Objectief gezien heeft het misschien één of twee wereldtitels voor mezelf gekost,” analyseert hij. Van der Haar pakte zilver op het WK in Fayetteville van 2022.
‘Ze hebben de cross gedefinieerd’
Van der Haar is niet gefrustreerd, maar heeft respect voor de twee kampioenen van de cross. “Ze hebben de cross gedefinieerd en veranderd. Ik heb mee moeten groeien,” stelt hij.
Gemiste kans in Zolder doet nog altijd pijn
Ondanks de dominantie van het duo was er één moment waarop Van der Haar de wereldtitel voor het grijpen had: het WK in Zolder in 2016. Halfweg koers had hij een mooie voorsprong, tot een schakelprobleem roet in het eten gooide. Het is een moment dat nog altijd gevoelig ligt. “Ik heb die cross nooit teruggekeken. Het is niet dat ik hem daar heb verloren, maar het is de manier waarop ik mijn eigen kans verkloot.”
- cor vos