Waarom een hogere cadans niet in je benen zit, maar in je hersenen (en hoe je dat traint)

Je weet dat je sneller moet trappen om je spieren te sparen, maar zodra je dat probeert, begin je te stuiteren op je zadel. De fout die je maakt? Je probeert je benen te trainen, terwijl je eigenlijk je hersenen aan het werk moet zetten.

Panning shot van een mannelijke wielrenner in winterkleding die met hoge snelheid en een soepele, onscherpe trapbeweging over een kale weg rijdt onder een bewolkte hemel.

De snelheidslimiet van je brein

Het is een klassiek scenario: je leest dat profs vaak rond de honderd omwentelingen per minuut trappen, jij probeert dat ook, en binnen tien seconden voelt je fietsbeweging ongecontroleerd en hoekig.

Veel wielrenners denken dan dat ze niet fit of sterk genoeg zijn. Maar fysiek gezien kunnen jouw beenspieren die snelheid makkelijk aan. Het probleem is de aansturing. Je hersenen zijn simpelweg nog niet geprogrammeerd om de signalen "aanspannen" en "ontspannen" zo snel achter elkaar naar je spieren te vuren.

Neuromusculaire training

In de sportwetenschap heet dit neuromusculaire coördinatie. Je kunt het vergelijken met pianospelen. Je vingers zijn sterk genoeg om de toetsen in te drukken, maar als je een snel stuk wilt spelen, moeten je hersenen leren om de vingers in het juiste ritme aan te sturen zonder dat ze over elkaar struikelen.

Op de fiets is dat precies zo. Als jij altijd met een lage cadans (stoempen) hebt gereden, zijn de 'snelwegen' van je hersenen naar je benen gewend aan dat trage ritme. Ga je ineens versnellen, dan ontstaat er een file aan signalen en verlies je de controle.

Waarom kracht zinloos is zonder coördinatie

Zolang je deze coördinatie niet op orde hebt, heeft het geen zin om op pure kracht of conditie te focussen. Een ongecontroleerde snelle trapbeweging kost namelijk bakken met energie. Je bent aan het vechten tegen je eigen motoriek.

Pas als je hersenen die nieuwe, snelle frequentie als 'normaal' gaan beschouwen, wordt de beweging efficiënt. Dan pas kun je profiteren van het grote voordeel van een hoge cadans: het ontlasten van je spieren en het gebruiken van je hart-longsysteem.

Vergeet de wattagemeter even

Hoe train je dit? Door je fietscomputer even te negeren. Het gaat nu niet om hoe hard je trapt (het aantal watts), maar puur om de snelheid van draaien. Je moet nieuwe neurale paden aanleggen. Dit doe je niet door urenlang geforceerd snel te trappen, maar door korte prikkels te geven aan je zenuwstelsel.

Zo herprogrammeer je jouw traptechniek

Verwerk in je rustige duurritjes korte 'spinups'. Schakel naar een heel licht verzet en verhoog je cadans tot ver boven je comfortzone (bijvoorbeeld 110 of 120 rpm). Het doel is om je bovenlichaam hierbij doodstil te houden; geen gewip in het zadel. Houd dit dertig seconden vol en laat je benen dan weer rustig ronddraaien.

In het begin voelt dit onwennig, maar door dit te herhalen leren je hersenen de spieren sneller en soepeler aan te sturen. Je zult merken dat je 'normale' cadans ongemerkt ook omhoog kruipt, zonder dat het voelt alsof je harder werkt.