Feit of fabel: ga je van gelletjes echt meer scheten laten?

Je duikt in het wiel van je voorganger en wordt direct getrakteerd op een chemische walm omdat hij net een gelletje op heeft. Is die beruchte 'gelscheet' een fabeltje, of is er echt een biologische verklaring voor?

Een close-up van een wielrenner op de rug gezien, die op een grijze winterdag een leeg oranje energiegel-verpakking in de achterzak van zijn zwarte fietsjack stopt. De setting is een natte weg in een polderlandschap.

Onder wielrenners is het een hardnekkige theorie: van die geconcentreerde suikerbommen ga je scheten laten. Is dat een fabeltje dat in leven wordt gehouden om de stinkerd in de groep belachelijk te maken, of klopt het echt? Wij doken de biologieboeken in en het verlossende antwoord is simpel: ja, het is een feit.

Je darmen draaien overuren

Om te begrijpen waarom je maag-darmkanaal soms verandert in een gasfabriek, moeten we kijken naar wat er in zo’n gel zit. De meeste energiegels bestaan uit een mix van glucose (of maltodextrine) en fructose. Die combinatie is goud waard voor je prestatie, omdat je lichaam hierdoor meer koolhydraten per uur kan opnemen dan met alleen water of een banaan.

Maar er is een keerzijde. Tijdens zware inspanning gaat het meeste bloed naar je benen (om te trappen) en naar je huid (om af te koelen). Je darmen krijgen simpelweg minder bloed en zuurstof, waardoor ze trager gaan werken.

Het probleem met fructose

Hier komt de scheikunde om de hoek kijken. Vooral fructose is een lastpak. Als je darmen door de inspanning niet optimaal werken, wordt de fructose niet snel genoeg opgenomen in je dunne darm. Het gevolg? De suikers reizen door naar de dikke darm.

In de dikke darm wachten miljarden bacteriën die dol zijn op suiker. Zodra die onverteerde fructose daar aankomt, beginnen deze bacteriën te feesten. Ze fermenteren de suikers razendsnel. Het bijproduct van dit feestmaal? Gas. Veel gas. Waterstof, kooldioxide en soms methaan.

De turbo staat aan

Daarnaast zijn gels hypertoon. Dat is een duur woord om te zeggen dat de concentratie suiker in de gel hoger is dan de concentratie in je bloed. Je lichaam probeert dit op te lossen door vocht uit je lijf naar je darmen te trekken. Dit zorgt voor een klotsbuik, maar het versnelt ook de boel richting de uitgang.

Dus nee, het zit niet tussen je oren. Die plotse winderigheid na een gelletje is pure biologie. Je lichaam kan de suikerbom simpelweg niet snel genoeg verwerken tijdens het stoempen, en je darmbacteriën doen de rest.

Mocht je in het vervolg dus in het wiel van je fietsmaat rijden en een verdachte geur ruiken: wees mild. Het is geen gebrek aan manieren, het is een teken dat hij zijn koolhydraten probeert te stapelen – en dat zijn bacteriën aan het winnen zijn.