Maak jij deze veelgemaakte fout in groepsritten? (Je verspilt 30% energie)

Het verschil tussen een soepele groepsrit en totale chaos zit vaak in één specifiek moment. Veel amateurs gaan hier de mist in, terwijl de oplossing doodsimpel is.

en groep mannelijke wielrenners rijdt in een strakke waaierformatie dicht op elkaar op een landelijke weg om uit de wind te blijven.

Slim in het wiel rijden levert meer op dan extra watts

Je kent het vast wel uit de zondagochtendrit. Er wordt gebruld, er vallen gaten en na een half uur is de helft van de groep al op sterven na dood. Dat is nergens voor nodig. Uit onderzoek blijkt dat goed in de luwte rijden de luchtweerstand met ruim dertig procent vermindert. Iedere seconde die je vlak achter een voorganger zit telt.

Dit is niet alleen voorbehouden aan profs in een ploegentijdrit of vluchters in de Tour de France. Ook jouw vaste trainingsgroepje kan profiteren van deze wetten van de aerodynamica. Slimmer rijden en een efficiënte rotatie leveren aan het einde van de rit vaak meer winst op dan domweg extra vermogen trappen.

Versnel nooit als je de koppositie overneemt

Dit is de klassieke fout waar het vaak misgaat. Je voorganger geeft af en jij gooit er – vaak onbewust – meteen een schepje bovenop. Doe dat niet. Als je op kop komt til je het tempo heel geleidelijk op of je houdt het tempo exact gelijk aan je voorganger.

Vergeet niet dat je op dat moment vol in de wind komt te zitten. Je moet dus al meer vermogen leveren om dezelfde snelheid te behouden. Als je dan ook nog eens gaat versnellen (surgen), rijd je de mensen achter je direct uit het wiel of dwing je ze tot een ongewenste sprint.

Voorkom hollen en stilstaan door soepele wissels

Niets is zo vervelend als een groep die constant optrekt en weer inhoudt. Het geheim van een snelle rit zit in de flow. Houd de wisselingen kort en soepel om die gevreesde tempowisselingen te voorkomen.

Zodra er onnodig wordt versneld gaat de hartslag van iedereen in het wiel onnodig omhoog. Een constant tempo zorgt ervoor dat de rit voor iedereen een goede duurtraining blijft in plaats van een intervaltraining waar niemand om heeft gevraagd.

Sterke beren doen langer kopwerk dan de rest

Het eerlijk verdelen van het werk betekent niet dat iedereen even lang op kop moet rijden. Dat is een misverstand dat menig groepsrit om zeep helpt. De sterkste renners van de dag zouden beurten van ongeveer twintig seconden voor hun rekening moeten nemen.

Voelen de benen wat minder of ben je simpelweg niet de krachtpatser van de groep? Beperk je beurt dan tot tien seconden. Op die manier blijft de snelheid van de hele groep hoog zonder dat de mindere goden zich volledig opblazen. Het is geen schande om kort op kop te komen; het is juist een teken van tactisch vernuft.

Wijk direct van je lijn als het werk erop zit

Zodra jouw beurt erop zit is er maar één regel: maak plaats. Schuif opzij en laat je direct zakken. Blijf niet hangen om nog even om te kijken of een slok water te nemen. Hoe sneller jij ruimte maakt hoe gestroomlijnder de trein blijft denderen.

Zorg er wel voor dat je dicht op het wiel van je voorganger blijft zitten voor dat maximale effect van de slipstream. Deze vaardigheden maken je groep niet alleen sneller maar zorgen er ook voor dat je aan het einde van de rit nog energie over hebt voor die onvermijdelijke bordjessprint.