Meer dan een trucje voor op Instagram
We zien het Mathieu van der Poel doen bij de finish van de wereldbekercross in Benidorm en Tibor Del Grosso deed het zelfs bergop op de steile Eyserbosweg. Het is verleidelijk om de wheelie af te doen als puur haantjesgedrag voor de camera. Toch is het beheersen van deze techniek veel meer dan een leuk trucje voor op de parkeerplaats na afloop van je rit.
Een goede wheelie vereist een perfecte samenwerking tussen je balans, je trapkracht en je gevoel voor de remmen. Als je in staat bent om je voorwiel gecontroleerd op te tillen en daar te houden, heb je ook de controle om datzelfde wiel over een onverwacht obstakel, een diep gat in het wegdek of een boomwortel te tillen. Het gaat in de basis niet om de show, het gaat om pure fietsbeheersing die je tijdens een noodsituatie overeind kan houden.
De veilige start begint op het gras
Voordat je probeert om net als Puck Pieterse zonder handen aan het stuur rond te rijden op één wiel, is het verstandig om de basis te leggen op een zachte ondergrond. Zoek een grasveld op of een zandpad dat lichtjes omhoog loopt. Dat laatste zorgt ervoor dat je makkelijker weerstand houdt op je pedalen, wat essentieel is voor je balans.
Zorg dat je niet te strak vastgeklikt zit in je pedalen als je net begint, of gebruik gewone schoenen. Mocht je de balans verliezen, dan kun je snel een voet aan de grond zetten zonder dat je met fiets en al omvalt.
En heel belangrijk: houd altijd, maar dan ook echt altijd, één vinger bij je achterrem. Dit is je noodrem. Als je voelt dat je te ver naar achteren gaat en dreigt te vallen, tik je de achterrem aan en staat je voorwiel direct weer veilig op de grond.
Timing van de pedaalslag bij een wheelie maken
De grootste fout die de meeste fietsers maken, is dat ze als een bezetene aan hun stuur gaan trekken met hun armen. Een goede wheelie komt echter uit je heupen en je benen. Kies een verzet dat niet te zwaar is, maar zeker ook niet te licht. Je moet duidelijke tegendruk voelen als je aanzet.
De beweging, vaak de ‘pop’ genoemd, is een samenwerking van twee acties. Je gooit je bovenlichaam en heupen naar achteren, terwijl je tegelijkertijd een krachtige trap geeft met je voorkeursbeen. Die trap moet beginnen als je pedaal op twee uur staat. Door die explosieve kracht op het pedaal komt het voorwiel omhoog, niet door het trekken aan het stuur. Houd je armen gestrekt zodra het wiel de lucht in gaat.
Het vinden van het balanspunt
Nu komt het moeilijkste gedeelte, het zogeheten ‘sweet spot’. Dit is het punt waarop je niet meer naar voren valt, maar ook niet achterover slaat. Je zweeft als het ware op je achterwiel. Op een mountainbike of crossfiets is dit makkelijker te vinden dan op een racefiets, vanwege de geometrie en het lagere zwaartepunt.
Om in dit balanspunt te blijven, speel je met je achterrem en je pedalen. Dreig je naar achteren te vallen? Tik zachtjes de achterrem aan. Dreig je naar voren te vallen? Geef een klein beetje extra druk op de pedalen. Kijk tijdens dit proces niet naar je voorwiel, maar kijk er onderdoor naar de horizon. Je lichaam volgt namelijk waar je ogen naartoe kijken.
Waarom oefenen op de racefiets lastiger is
Verwacht niet dat je na tien minuten al als een volleerd prof de straat uitrijdt. Het leren van een wheelie kost tijd en waarschijnlijk een paar onhandige momenten. Begin daarom lekker op je gravelfiets of mountainbike.
Het verschil met een racefiets is groot. De bandenspanning en de langere zit op de wegfiets maken het aanzienlijk lastiger, omdat het balanspunt veel nauwer luistert. Maar als je het eenmaal onder de knie hebt, zul je merken dat je met veel meer vertrouwen op de fiets zit. Je weet immers precies hoe je jouw fiets moet corrigeren als het even mis dreigt te gaan.
- Cor Vos