De ongrijpbare fantoom van de cross
Stel je voor: je ploetert door de modder, vecht voor elke meter en probeert je concurrenten af te schudden in een slopende veldrit. Je geeft alles, maar de man om wie het echt draait, is volledig buiten beeld. Voor collega-renner Mees Hendrikx is dit de wekelijkse realiteit als Mathieu van der Poel aan de start staat. Het is een bijna absurde situatie.
Hendrikx beschrijft het treffend in BN/De Stem: “Negen van de tien keer rijdt hij zo ver voor de rest uit. Soms hoor je aan de andere kant van het parcours ineens gejuich en weet je: ‘Ah ja, hij zit daar.’ Maar verder krijg je er in de wedstrijd niet veel van mee.”
Het illustreert een dominantie die het fysieke overstijgt. Van der Poel is geen directe tegenstander meer, maar een soort fantoom dat zijn aanwezigheid kenbaar maakt via het geluid van duizenden fans.
Een diepe buiging voor de meester
Deze machteloosheid leidt echter niet tot frustratie, maar tot diepe bewondering. Terwijl de ‘normale’ renners elkaar met de grootste moeite proberen te lossen, lijkt Van der Poel in een andere dimensie te fietsen. “Als je dan ziet hoe hij zomaar van ons wegrijdt, kan je daar alleen maar respect voor hebben en een diepe buiging maken,” aldus Hendrikx.
Het is een lofzang op een atleet die de wetten van de sport lijkt te tarten. Het gaat verder dan alleen winnen. “Als je zijn bouw ziet en hoe hij op de fiets zit, is dat pure stijl. Voor mij is het een eer dat ik met hem deze cross en dit moment mag delen.” Zelfs voor zijn rivalen is het een voorrecht om deel uit te maken van het tijdperk Van der Poel.
De paradox van de ‘gewone’ superster
Is hij daarmee groter dan de sport zelf? Hendrikx twijfelt. Aan de ene kant brengt hij ongekende aandacht en mensenmassa’s op de been. Aan de andere kant is de superster verrassend benaderbaar. “Mathieu is een gewone jongen en doet niet alsof hij boven de rest staat. We doen voor de wedstrijd kort een babbeltje. Dat siert hem ook zeker wel.”
Het is die combinatie die hem zo uniek maakt. De ongenaakbare kampioen die op het parcours verdwijnt, is daarbuiten een collega. Een machine met een menselijk gezicht. Die machine wordt aangedreven door een perfecte mix van techniek, kracht en explosiviteit die zelfs zijn concurrenten met verbazing gadeslaan.
De sport verliest meer dan een winnaar
Het mogelijke afscheid van Mathieu van der Poel uit het veldrijden is dan ook meer dan het vertrek van een veelwinnaar. Het is het verdwijnen van het centrale fenomeen, het ijkpunt waaraan iedereen zich spiegelt. Het is de stilte die valt als het gejuich in de verte niet meer klinkt.
De smeekbede van Hendrikx is veelzeggend: “Als ik het tegen hem zou moeten zeggen, zeg ik: doe nog een paar jaar met ons mee.” Want wat is een race zonder de onzichtbare koning die iedereen naar een hoger niveau tilt?
- Cor Vos