Belgische bondscoach maakt zich geen illusies: ‘Maar in de breedte zijn we nog altijd beter dan Nederland’

De strijd om de regenboogtrui lijkt al beslist voordat het startschot heeft geklonken. Maar wie denkt dat het Belgische kamp met de staart tussen de benen naar het WK veldrijden in Hulst afreist, heeft het mis.

Mathieu van der Poel en Thibau Nys zij aan zij tijdens een cross.

De onvermijdelijke realiteit

Er is niemand in de wielerwereld die eromheen kan, en dus ook Angelo De Clercq niet. De dominantie van Mathieu van der Poel is een feit. De bondscoach van België is dan ook de eerste om de situatie richting het WK veldrijden realistisch in te schatten. “Mathieu is een beetje onklopbaar. Hij moet al een heel slechte dag hebben om niét te winnen”, stelt hij nuchter vast tegenover WielerFlits.

Die onoverwinnelijkheid heeft zijn weerslag op het moreel, erkent hij. “Inderdaad, soms is dat ergens een beetje demotiverend voor de andere renners, omdat het verschil zo groot is. De cross in Maasmechelen was het beste voorbeeld. Mathieu reed twee keer lek, maar won alsnog.”

Een nieuw strijdplan: jagen op zilver

Als goud buiten bereik is, moet de focus verlegd worden. De missie voor het Belgische team is glashelder: strijden voor de podiumplaatsen die wél haalbaar zijn. “Voor ons is die tweede en derde plaats ook heel belangrijk”, benadrukt De Clercq. “We gaan eerst de eerste twee ronden moeten afwachten, en dan is het schakelen. Die eerste ronde is extreem belangrijk om goed door te komen, omdat het zo technisch is met opkantjes en schuine kanten.”

Het vertrouwen in Thibau Nys

De hoop voor een Belgische medaille rust voor een groot deel op de schouders van Thibau Nys. Zijn recente teleurstelling in Hoogerheide wordt door De Clercq niet als een probleem gezien, maar als brandstof. “Wat het specifieke geval van Thibau betreft, vind ik het geen negatieve zaak. Ik denk dat die teleurstelling hem alleen maar gaat motiveren en de focus hoog gaat houden. Misschien start hij door die tegenslagen nog meer geconcentreerd en meer met het mes tussen de tanden in die eerste ronde.”

Het geloof in zijn 'kampioenschapsrenner' is onwrikbaar. “Als je de kampioenschappen van de voorbije jaren bekijkt, heeft hij het zelden laten afweten. Vorig jaar stond hij toch ook maar mooi op dat podium. Mijn vertrouwen in Thibau blijft groot.”

Loeren op die ene kans

Hoewel de strategie defensief is, is de ploeg allesbehalve passief. De Belgen loeren ook op dat ene zeldzame moment dat de topfavoriet een steek laat vallen. De Clercq heeft zijn mannen op scherp gezet om dan klaar te staan. “Thibau en Niels zijn strijdvaardig, denk ik. Ze geven de hoop om klaar te zijn nog niet op”, zegt hij. “Mocht er iets voorvallen met Mathieu, dan willen wij in de eerste lijn liggen om over te pakken en om eventueel wereldkampioen te worden. Maar uiteraard wordt dat heel moeilijk.”

Vorig jaar stonden er twee Belgen naast Mathieu van der Poel op het podium: Wout van Aert en Thibau Nys | Beeld: Cor Vos

De interne afspraak is daarbij cruciaal: gun elkaar de kans. “Als je op een bepaald moment voelt dat je het wiel niet kunt houden, dan is het zaak om de andere Belgen die achter je zitten zo snel mogelijk vrije baan te geven. Dat is belangrijker dan een specifieke rolverdeling.”

De trots van de breedte

Het verhaal van de Belgische WK-selectie is er een van tegenslag, met het wegvallen van maar liefst vijf renners, waaronder Wout van Aert. Een ramp voor de meeste landen, maar De Clercq buigt het om tot een bron van nationale trots en deelt tot slot een klein sneertje uit aan de noorderburen.

“Ik vind dat we die selectie nog heel strijdvaardig hebben kunnen maken”, stelt hij. “Ik denk dat wij het enige land zijn dat zoiets kan opvangen met andere renners die top 10 in een Wereldbeker rijden. Zelfs Nederland niet. In de breedte zijn we nog altijd het beste land.”

Cyclocross