Waarom het prijzengeld op het WK veldrijden een lachertje is voor Mathieu van der Poel

Een jaar lang de meest begeerde trui in de cross dragen, je naam voor eeuwig in de geschiedenisboeken en de onsterfelijke status van wereldkampioen. Maar de cheque die Mathieu van der Poel bij een wereldtitel krijgt? Daar lacht hij waarschijnlijk hartelijk om.

Mathieu van der Poel in zijn regenboogtrui, een beeld dat de ironie van het lage prijzengeld op het WK veldrijden perfect illustreert.

De mythische jacht op de regenboogtrui

Dit weekend is het zover: het WK veldrijden in Hulst. De regenboogtruien die er te verdienen zijn, zijn meer dan een kledingstuk; het is een symbool van dominantie, het ultieme doel voor elke renner die zijn of haar crossfiets door de modder jaagt. Er zit eigenlijk geen prijskaartje aan die fraaie trui.

Maar wat als we het prijskaartje er toch eens aan hangen? Als de huldiging voorbij is en de renners weer met beide voeten in de klei staan, wat levert zo’n heroïsche overwinning dan financieel op? Het antwoord is verrassend, en voor de toppers in de sport bijna komisch.

Het 'karige' prijzengeld op het WK veldrijden

Laten we de pleister er maar direct aftrekken. De internationale wielerunie (UCI) heeft de premies vastgesteld. Een wereldkampioen bij de elite, man of vrouw, ontvangt een bedrag van € 5.000. De nummer twee pakt € 2.500 en voor een bronzen medaille wordt € 1.250 overgemaakt. Een leuk extraatje, maar zeker geen levensveranderend bedrag.

Bij de beloften is de hoofdprijs € 2.500 en de junioren moeten het stellen met € 1.250 voor goud. Het is overduidelijk: de financiële jackpot win je niet door wereldkampioen veldrijden te worden. Zeker niet als je Mathieu van der Poel heet.

Een schril contrast met het startgeld

Voor een superster als Van der Poel is die € 5.000 letterlijk een fooi. Het gerucht gaat dat hij voor één enkele cross een startpremie van om en nabij de € 20.000 ontvangt.

Dat betekent dat hij met zijn aanwezigheid in een willekeurige Vlaamse modderplas vier keer meer verdient dan met het winnen van de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Dit legt de vinger op de zere plek: de echte commerciële motor van de sport zijn de sterren, niet de titels.

Bovendien is het niet eens zo dat die € 5.000 direct in de zakken van de winnaar verdwijnt. Het geld wordt overgemaakt naar de nationale bond. Pas daarna beslist de KNWU of Belgian Cycling hoe het verdeeld wordt.

De onbetaalbare waarde van de regenboogtrui

Waarom dan die bijna maniakale focus op dat ene kampioenschap? Omdat de échte winst niet op de cheque staat. De commerciële waarde van de regenboogtrui is onmetelijk. Als wereldkampioen ben je een jaar lang een wandelend A-merk.

Mathieu van der Poel rijdt niet voor die 'fooi' rond in Hulst, maar om geschiedenis te schrijven. Hij kan immers alleen recordhouder worden als het gaat om wereldtitels in het veld; het zou z'n achtste worden.

Cyclocross