Adrie over rol vriendin Roxanne in succes Mathieu van der Poel: 'Zij accepteert hem zoals hij is, want soms kun je grijze haren van hem krijgen'

Mathieu van der Poel is beter dan ooit. Volgens vader Adrie is het zeker niet enkel het succes van zijn zoon. Wie we zeker niet moeten vergeten: vriendin Roxanne Bertels.

Mathieu van der Poel is beter dan ooit. Volgens vader Adrie is het zeker niet enkel het succes van zijn zoon. Wie we zeker niet moeten vergeten: vriendin Roxanne Bertels.

Adrie over Mathieu: 'Soms kun je grijze haren van hem krijgen'

In gesprek met Sporza vertelt Adrie over de successen van zijn zoon, die zich afgelopen weekend voor een achtste keer kroonde tot wereldkampioen veldrijden. "Toen hij vier of vijf was, zag ik al dat hij iets speciaals had. Hij was altijd bezig en is altijd gedreven geweest."

Waar hij in het begin van zijn loopbaan gezien werd als speelvogel, is hij nu een machine die levert aan de lopende band. Belangrijk daarin is zijn trainer Tom Verhaegen. "Er is een klik. Soms moet Tom Matje bijsturen en soms is dat andersom. Je moet toegevingen doen langs twee klanten om iets groots te bereiken."

Wie zeker niet vergeten mag worden in het succes van Van der Poel, is zijn vriendin Roxanne. Adrie daarover: "Ik denk dat Roxane Matje accepteert zoals hij is, want soms kun je grijze haren van hem krijgen, hoor. Hij woont een groot deel van het jaar in Spanje en zij ontlast hem daar met heel veel dingen."

Nog harder werken om Pogacar te volgen

Het zorgt ervoor dat hij beter in balans is dan ooit, zo vertelde ook Christoph Roodhooft afgelopen weekend tegen Wieler Revue. Hij is daardoor ook professioneler dan ooit. Adrie: "Ik zie Mathieu voor de Amstel die hij won nog langs het buffet lopen. Hij propte zich vol met spek en eieren. Acht uur later wint hij. Maar hij kent zichzelf wel, want hij heeft ook gezegd: 'Ik moet nog harder werken om Tadej te volgen op sommige klimmetjes.'"

Er wordt weleens gezegd dat Van der Poel weinig koerst. Dat klopt ook deels, aldus Adrie. "Hij zit rond zestig koersdagen met de cross erbij. Dat stamt misschien nog van de juniorentijd, want toen zei ik al dat we nooit meer dan zestig koersdagen op jaarbasis gaan doen. Hij zegt bovendien dat hij op training meer afziet dan in koers. Die trainingen vergen heel veel. Ze komen zo voorbereid aan de eerste wdstrijden. Trainen in koers bestaat bijna niet meer."