Pelotonpraat

Het geheim onthuld: dit is de échte reden waarom schaatsers massaal op de fiets stappen

De Olympische Winterspelen barsten los en heel Nederland zit klaar voor het schaatsen. Onze helden op het ijs lijken fitter dan ooit, klaar voor de jacht op goud. Maar die topvorm is niet alleen op de ijsbaan gesmeed. Een cruciaal, bijna geheim ingrediënt van hun succes heeft twee wielen, een stuur en duizenden kilometers op de teller.

Schaatsen
Fietsen
wielrennen
Links Kjeld Nuis in zijn Reggeborgh-schaatspak. Rechts een foto van Nuis in Reggeborgh-wielerkleding op een racefiets tijdens een zonnige training.

De perfecte match in spiergebruik

Als je kijkt naar de beweging, lijken schaatsen en fietsen misschien niet direct op elkaar. Toch worden voor een groot deel dezelfde spiergroepen aangesproken. De kracht komt bij beide sporten voornamelijk uit de bovenbenen (quadriceps) en de bilspieren. Het is een constante, diepe druk die wordt geleverd, in plaats van een korte, explosieve inspanning.

Door in de zomer talloze uren op de fiets te zitten, bouwen schaatsers specifiek die spierkracht en dat uithoudingsvermogen op die ze in de winter op het ijs nodig hebben. De overdracht van trainingseffect is hierdoor enorm efficiënt. Je traint dus eigenlijk al voor het schaatsen, zonder ook maar een meter ijs aan te raken.

Een gigantische motor bouwen zonder blessures

Elke schaatser heeft een enorme duurconditie nodig, een zogenoemde ‘motor’ - ook al duurt een schaatswedstrijd op z'n langst maar 13 minuten, de 10 kilometer bij de mannen.

Lange fietstochten zijn de ideale manier om de longcapaciteit en de algehele conditie naar een extreem hoog niveau te tillen. Waarom dan niet hardlopen? Simpel: de impact.

Hardlopen is zeer belastend voor de gewrichten, zoals de knieën en enkels. Fietsen is daarentegen een ‘low-impact’ sport. Schaatsers kunnen dus gigantisch veel trainingsuren maken en hun uithoudingsvermogen perfectioneren, met een minimaal risico op overbelasting en blessures. Zo blijft de motor draaien zonder dat de machine stukgaat.

De basis leggen onder de Spaanse zon

Het meest veelzeggend is misschien wel dat schaatsploegen in de voorbereiding op en ook tijdens het seizoen naar de Alpen of als het weer erom vraagt naar zonnige oorden als Tenerife of Gran Canaria trekken. Ze vluchten niet voor het ijs, maar zoeken de ideale omstandigheden om te fietsen. Daar vinden ze het perfecte klimaat en de bergen voor zware klimtrainingen.

Deze winterse fietskampen bewijzen dat fietsen geen bijzaak of zomervulling is, maar een absolute hoeksteen van hun jaarronde trainingsprogramma. De basis die daar wordt versterkt, is essentieel om tijdens de belangrijkste wedstrijden, zoals de Olympische Spelen, te kunnen pieken.

De kunst van de diepe zithouding

Schaatsers zijn meesters in het langdurig vasthouden van een diepe, voorovergebogen houding. Deze positie vereist een ijzersterke romp- en rugmusculatuur om kracht te kunnen blijven leveren. En laat die houding nu net van onschatbare waarde zijn op de racefiets.

De sterke core stability die ze op het ijs ontwikkelen, vertaalt zich direct naar een stabielere en meer aerodynamische positie op de fiets. Andersom helpt het urenlang fietsen in een aerodynamische houding weer om de specifieke ‘schaatshouding’ langer vol te kunnen houden. Het versterkt elkaar continu.