De chaos van de koers in een winters jasje
Laten we eerlijk zijn: als wielerliefhebber houd je van de onvoorspelbaarheid van de koers. Een verrassende demarrage, een gevaarlijke afdaling, de strijd tegen de zwaartekracht op een mythische col.
Dat is een gevoel dat je bij het zien van een 400-meterschaatsbaan misschien niet direct krijgt. Daarom moet je ski-alpinisme/ski-mountaineering, ook wel ‘skimo’ genoemd, leren kennen. Vanaf de Winterspelen van 2026 in Milaan-Cortina is dit officieel een Olympische sport.
Bij ski-alpinisme beklimmen atleten op eigen kracht bergen op speciale, vederlichte ski’s. Eenmaal boven maken ze zich klaar voor een spectaculaire afdaling buiten de pistes. Het is een uitputtingsslag in een constant veranderend landschap, vol met de drama en tactiek die we kennen uit het wielrennen.
Herken de ‘rennerstypes’ op de latten
Net als in het peloton kent ook het ski-alpinisme zijn specialisten. Je hebt de lichtgewichten, de pure klimgeiten die het verschil maken zodra het parcours omhoog loopt.
Daarnaast zijn er de waaghalzen, de meester-dalers die met vlijmscherpe techniek en lef kostbare seconden pakken in de afdaling, vergelijkbaar met een Matej Mohorič op de fiets. En natuurlijk zijn er de allrounders, de klasbakken die op elk terrein uit de voeten kunnen.
Deze herkenbare rollen maken het volgen van een skimo-wedstrijd direct vertrouwd. Je zult jezelf erop betrappen dat je op dezelfde manier naar de atleten kijkt als naar de renners in de Tour de France, zoekend naar wie de beste klimmersbenen heeft of wie de meeste risico’s durft te nemen.
Koerstactiek en de kunst van het ‘wisselen’
De tactische gelijkenissen zijn treffend. Het managen van je energie is cruciaal, net als het kiezen van het perfecte moment om aan te vallen. Maar de meest unieke fase is de ‘wisselzone’.
Op de top van een klim moeten de atleten in een razend tempo hun ski’s ombouwen van klim- naar daalmodus. Een snelle, vlekkeloze wissel kan het verschil betekenen tussen winst en verlies, net als een perfecte fietswissel in het veldrijden of een snelle bandenwissel in Parijs-Roubaix.
Een directe link met het professionele wielrennen
De verbinding tussen de twee sporten is meer dan alleen theoretisch. Vraag dat maar aan Anton Palzer, jarenlang een wereldtopper in het ski-alpinisme voordat hij de overstap maakte naar het profpeloton. Hij bewees dat de motor die je in de sneeuw bouwt, krachtig genoeg is voor de WorldTour.
Andersom droomt Lidl-Trek-renner Quinn Simmons van Olympische glorie in het skimo na zijn wielercarrière. De Amerikaan, die in 2017 al brons won op het WK voor junioren, heeft zijn zinnen gezet op de Spelen van 2034.
Zet de Spelen van 2026 alvast in je agenda
Als je dus deze Olympische Spelen voor de tv zit, laat het schaatsen dan tussen maandag 17 februari en met woensdag 19 februari even voor wat het is, dan staat skimo namelijk op het programma.
Probeer het, want het voelt aan als een koninginnenrit in de Alpen, maar dan met ski’s in plaats van wielen. Met de herkenbare dynamiek, het immense afzien en een directe link met het wielrennen, is het een garantie voor spektakel. Dit wordt jouw nieuwe favoriete kijksport op de Spelen!