Het zou wat zijn: Mathieu van der Poel, de alleskunner op de weg en in het veld, die na de Zomerspelen ook jacht maakt op goud tijdens de Winterspelen. Deze mogelijkheid wordt concreter nu de internationale wintersportbonden hun verzet tegen de komst van het veldrijden lijken te staken. Er is echter een flink addertje onder het gras, meldt Het Nieuwsblad.
Geld als struikelblok
Achter de schermen woedt een hevige strijd om de verdeling van de olympische inkomsten. Federaties als de schaatsunie (ISU) en ski-federatie (FIS) vreesden dat de komst van het veldrijden, via de UCI, hun deel van de door het IOC uitgekeerde miljoenen zou verkleinen. Het argument dat veldrijden niet thuishoort op de Winterspelen omdat sneeuw en ijs geen vereiste zijn, lijkt vooral een rookgordijn voor deze financiële zorgen.
De wintersportbonden zijn nu bereid de deur te openen, maar alleen als de UCI – en de atletiekfederatie voor het veldlopen – geen aanspraak maakt op extra financiële steun van het IOC voor deze nieuwe disciplines.
Wat betekent dit voor Van der Poel?
Als UCI-voorzitter en groot voorstander David Lappartient akkoord gaat met deze voorwaarden, ligt de weg open. Voor Mathieu van der Poel zou dit betekenen dat hij in 2030, op 35-jarige leeftijd, een gooi kan doen naar uniek olympisch eremetaal. Een leeftijd waarop hij in het veld nog steeds tot de absolute wereldtop kan behoren.
De onderhandelingen zijn in volle gang. Hoewel een snelle beslissing werd verwacht, heeft het IOC de knoop doorgehakt om pas in juni een definitief besluit te nemen.