Wie de algemene UCI Wereldranglijst bekijkt, ziet een bekend beeld: Tadej Pogacar staat op eenzame hoogte. Zijn dominantie is zo groot dat het bijna ondenkbaar is dat er een officiële ranking bestaat waar hij niet de nummer één is. Toch is dat precies het geval, en het laat een fascinerend aspect van de moderne wielersport zien.
De ranglijst die een ander verhaal vertelt
Verborgen onder de overkoepelende wereldranglijst houdt de UCI ook gespecialiseerde klassementen bij, waaronder de ‘UCI World Ranking Stage Races’. Dit klassement focust puur op de prestaties in etappekoersen. En hier zien we een verrassende naam op de eerste plek: Jonas Vingegaard.
De Deen leidt niet met een kleine marge, maar met een aanzienlijk verschil van bijna 1000 punten. Hij heeft 5944.14 punten, terwijl Pogacar op de tweede plaats staat met 4955 punten.
Huidige top 10 UCI Wereldranglijst etappekoersen
- Jonas Vingegaard (5944,14 punten)
- Tadej Pogacar (4955 punten)
- João Almeida (4334,64 punten)
- Florian Lipowitz (2552 punten)
- Isaac del Toro (2480 punten)
- Mads Pedersen (2462,45 punten)
- Oscar Onley (2312 punten)
- Tom Pidcock (2252,38 punten)
- Felix Gall (2216,43 punten)
- Jay Vine (2060,5 punten)
De simpele verklaring: één grote ronde meer
Is Vingegaard dan per definitie een betere ronderenner? Nee, de verklaring voor dit opmerkelijke verschil is veel eenvoudiger en strategischer dan dat. Het is grotendeels te herleiden tot het programma van vorig seizoen.
Grote rondes zijn de absolute goudmijnen als het om UCI-punten gaat. Jonas Vingegaard reed vorig jaar twee grote rondes: hij werd tweede in de Tour de France en won de Vuelta a España. Pogacar reed er daarentegen maar één: de Tour de France, die hij won.
Die extra deelname aan de Vuelta leverde Vingegaard een enorme hoeveelheid punten op die Pogacar simpelweg niet kon vergaren. Het is dus geen waardeoordeel over wie de betere renner is, maar een direct gevolg van de gemaakte keuzes in de seizoensplanning.