De wielerwereld keek met open mond toe hoe de 18-jarige Paul Seixas zich in het Critérium du Dauphiné van 2025 doodleuk in de top tien nestelde. Tussen gevestigde namen als Pogacar, Vingegaard en Evenepoel reed het Franse fenomeen alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Voor het grote publiek een openbaring, maar voor zijn ploeggenoot Oliver Naesen was het vooral de bevestiging van een opmerkelijke voorspelling. De hype rond de piepjonge Fransman was volgens hem dan ook volkomen logisch, zo vertelt de Belg in de nieuwe Seizoengids van Wieler Revue (die je hier kunt bestellen).
Geen verrassing, maar een profetie: ‘Die komt binnen en is klaar’
Dat een junior een categorie overslaat, is zeldzaam en wordt vaak met scepsis ontvangen, zelfs door ervaren profs. “Als er gesproken wordt over een junior die een categorie gaat overslaan, dan kijken wij, oudere profs, daar vreemd van op”, geeft Naesen toe.
“Maar bij Paul zeiden mijn coaches: ‘Niet te veel over nadenken, want die komt binnen en is klaar.’ Dat bleek natuurlijk helemaal waar te zijn”, lacht Naesen. Zijn prestatie in de Dauphiné was geen gelukstreffer, het was het logische gevolg van een ongekend talent dat geen tijd nodig had om te rijpen. En zo bleek: na de Franse WorldTour-koers won Seixas de Tour de l'Avenir, en reed hij een geweldig najaar tussen de profs.
De ontbrekende schakel die de hiërarchie herschreef
De doorbraak van het kroonjuweel uit Lyon was voor Decathlon-CMA CGM meer dan welkom. Het was de oplossing voor een probleem dat de ploeg al jaren parten speelde. “De positie waarin we de laatste jaren vaak waren, was dat als er in de wedstrijd een grote selectie gebeurde, wij daar met veel volk zaten”, legt Naesen uit. “Maar van daaruit konden we niets doen, want we zaten met alleen maar middenvelders. We misten een speerpunt.”
Met Seixas, een product uit de eigen opleiding, heeft het team dat speerpunt nu gevonden. De impact op de teamdynamiek was onmiddellijk en drastisch. De hiërarchie werd herschreven met het jonge goudhaantje als het nieuwe, onbetwiste middelpunt. En dat zie je overal in terug. “Op elke foto staat hij in het midden. Hij is toch wel het centrumpunt van het team”, besluit Naesen.