Stel je voor dat je in vier weken tijd bijna 3.500 kilometer fietst. Dat is een afstand van Utrecht tot diep in Griekenland. Gooi daar nog eens 46.926 hoogtemeters bovenop – vergelijkbaar met ruim vijf keer de Mount Everest beklimmen vanaf zeeniveau – en je hebt een idee van het trainingskamp van Jonas Abrahamsen.
De Noor deelde zijn indrukwekkende data en gaf daarmee een zeldzaam inkijkje in de motor van een prof. Maar wie denkt dat hij vier weken lang alleen maar heeft afgezien, heeft het mis. Het échte geheim zit in een hoek die je niet verwacht.
De schokkende cijfers van Abrahamsen op een rij
Laten we de cijfers even op ons inwerken. Een totaal van 3453 kilometer en bijna 47.000 hoogtemeters is het soort volume dat de meeste amateurwielrenners in een half jaar niet eens halen.
Het is een duizelingwekkende hoeveelheid arbeid die nodig is om op het hoogste niveau te kunnen presteren. Abrahamsen, bekend als een ijzersterke aanvaller en klassiekerspecialist, legt hier de basis voor zijn komende seizoen. Zijn post op sociale media toont niet alleen de totalen, maar ook de verdeling van zijn inspanning (slide 2). En daar wordt het pas echt interessant.
Het onverwachte geheim: gepolariseerd trainen in de praktijk
Wat is het geheim achter zo’n monsterlijk trainingsblok? Het antwoord is verrassender dan de brute cijfers doen vermoeden: rustig aan doen. Maar dan wel héél veel.
Uit de data van Abrahamsen blijkt dat hij maar liefst 83,2% van zijn tijd in hartslagzone 1 heeft doorgebracht. Dat is de allerlaagste, minst intensieve zone, waarin je een comfortabel gesprek kunt voeren. Slechts een fractie van zijn tijd werd besteed aan de hoge intensiteitszones.
Dit is een perfect schoolvoorbeeld van ‘gepolariseerd trainen’. De filosofie is simpel: je bouwt een enorme duurconditie op door heel veel uren op lage intensiteit te maken (de basis), en prikkelt het lichaam vervolgens met korte, maar extreem zware intervallen.
De ‘grijze zone’ of het ‘zwarte gat’, waar veel amateurs juist uren in rondrijden, wordt door profs als Abrahamsen grotendeels vermeden. Zijn aanpak bewijst dat de motor van een prof niet wordt gebouwd door altijd maximaal te gaan, maar door extreem slim en gedoseerd te trainen.
Zelfs een prof is soms afhankelijk van zijn hometrainer
Het beeld van profs die altijd onder de Spaanse zon trainen, moet ook een beetje worden bijgesteld. Abrahamsen voegt een herkenbaar, menselijk detail toe aan zijn post. “Niet de beste omstandigheden, maar ik ben blij dat mijn hometrainer mijn vriend is,” schrijft hij. Net als Visma | Lease a Bike zat Uno-X op de Sierra Nevada, en daar was het bar en boos, zo liet Wout van Aert zien.
Zelfs voor een wereldtopper die de basis legt voor de voorjaarsklassiekers, is het soms nodig om de training binnen af te werken vanwege slecht weer. Urenlang zat hij dus op de trainer te zwiften. Het maakt de prestatie des te indrukwekkender en laat zien dat discipline en flexibiliteit essentieel zijn, ongeacht het weerbericht.