Pelotonpraat

Het geheim achter olympisch zilver? Jenning de Boo trapt bizarre wattages die zelfs profwielrenners doen schrikken

Terwijl Nederland zijn succes op het ijs viert, ligt een belangrijk deel van zijn succesformule op de fiets. De schaatssprinter blijkt over een explosief vermogen te beschikken dat zelfs de top van het baanwielrennen doet opkijken.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Olympische Spelen
Schaatsen
Schaatser Jenning de Boo viert zijn zilveren medaille op de Winterspelen

Schaatssensatie Jenning de Boo heeft zijn tweede zilveren medaille op de Winterspelen in Milaan te pakken, een absolute bekroning op een nu al indrukwekkend seizoen. Zijn rondje op de 500 is fenomenaal, maar waar komt die pure kracht vandaan? Een deel van het antwoord is te vinden op een plek waar je het misschien niet direct verwacht: de wattbike.

Bijna onmenselijke wattages op de fiets

In een eerdere fietstest onthulde De Boo dat hij een piekvermogen van maar liefst 2400 watt wegtrapte. "Dat was onlangs een persoonlijk record", vertelde hij daarover ooit in de podcast Schaats Inside.

Het is een getal dat voor de meeste wielertoeristen compleet ondenkbaar is, maar zelfs in de professionele wielerwereld zorgt het voor opgetrokken wenkbrauwen.

Om die 2400 watt in perspectief te plaatsen: meervoudig olympisch en wereldkampioen baanwielrennen Harrie Lavreysen heeft een piekvermogen van rond de 2680 watt. De Boo, die aanzienlijk minder specifiek op zijn fietskracht traint, komt dus angstaanjagend dicht in de buurt van de absolute wereldtop op dat onderdeel.

Uitnodiging van de baanwielrenners

Zijn prestaties op de fiets blijven dan ook niet onopgemerkt. De Boo gaf zelf al aan dat zijn testresultaten de ronde deden. "Ik kreeg een appje van Daan Kool, sprinter in de nationale selectie", legde hij uit. "Hij schreef: moet jij niet een keertje met ons meetrainen?" Die vraag stelde Kool niet zomaar.

Hoewel hij erkent dat de echte baanspecialisten nog een stapje verder gaan, vooral door hun extreme krachttraining, is de uitnodiging een teken aan de wand. Toch tempert De Boo zelf de verwachtingen voor een carrièreswitch. "Ik heb niet helemaal de bouw van een baanwielrenner. Ik ben namelijk wel enigszins aan de lange kant. Maar het lijkt me wel leuk om eens een keer te proberen", zei hij met een knipoog.

Meer dan alleen pure kracht

Toch is De Boo meer dan een ‘zessecondenwonder’ op de fiets. Hij is een echte liefhebber en gebruikt de fiets intensief in zijn trainingen. Zo fietste hij op Mallorca al eens mee met de profs van Picnic PostNL, onder wie Fabio Jakobsen. "Na een uur of tweeënhalf haken we af. Maar die drie uur kunnen we tijdens een duurrit prima samen rijden", aldus De Boo.

Ook in z'n eigen Groningen zoekt hij de competitie op. "Er is iedere week een rondje op het baantje. Ik heb nu drie keer meegedaan en als het een massasprint wordt, doe ik nog wel aardig mee." Hij geeft wel met een lach toe dat collega-schaatser Kjeld Nuis hem er tot nu toe een paar keer heeft ‘opgelegd’. Gelukkig maar, want zo blijft er tenminste nog iets te winnen voor anderen.

Dromen van een regenboogpak

Dat De Boo een hart voor de wielersport heeft, blijkt ook uit zijn fascinatie voor de tradities in de sport. Als wereldkampioen op de 500 meter schaatst hij in een standaardpak, iets wat hij jammer vindt. "Zo'n regenboogpak in het schaatsen zou wel gaaf zijn hoor!", zei hij toen we De Boo spraken in de Tour de France.

Zijn passie voor het wielrennen begon al vroeg, kijkend naar de Tour de France met zijn vader. Een passie die hij combineert met een ongekende fysieke aanleg. Die combinatie legt de basis voor zijn huidige successen op het ijs, met als voorlopig hoogtepunt twee zilveren plakken in Milaan. En wie weet, misschien zien we die schaatser met de wielrenbenen ooit nog eens op de baan.