Je trapt, zweet en voelt de tank langzaam leegraken. Tijd voor een gelletje! Maar in plaats van die beloofde energieboost, voel je vooral je maag protesteren. Herkenbaar? Dan maak jij waarschijnlijk een van de meest voorkomende fouten bij het gebruik van energiegels.
Een energiegel lijkt simpel: openen, naar binnen werken en weer door. Toch gaat het vaker mis dan je denkt. De wetenschap achter snelle suikers is preciezer dan de meeste fietsers beseffen. Een klein foutje in timing of combinatie kan het verschil maken tussen een nieuw PR of een voortijdig einde van je rit. Laten we eens kijken waar het misgaat.
De cruciale fout van het wachten
Veel wielrenners nemen pas een gelletje als ze de man met de hamer voelen naderen. Dat is te laat. Je lichaam heeft tijd nodig, ongeveer 15 tot 20 minuten, om de koolhydraten te verwerken en als energie beschikbaar te maken. Wacht je tot je bijna leeg bent, dan ben je eigenlijk al te laat en is de kans op herstel klein.
De gouden regel is proactief voeden. Begin met het nemen van gels na ongeveer 45 tot 60 minuten fietsen, en herhaal dit vervolgens elke 45 minuten. Zo houd je je energieniveau constant en voorkom je de gevreesde hongerklop. Je geeft je lichaam een continue stroom brandstof, in plaats van dat je een lege tank probeert bij te vullen.
De 'geen water nodig'-valkuil
Op sommige verpakkingen staat groot: 'No water needed'. Hoe zit dat? Dit zijn zogeheten isotone gels. Ze zijn door de fabrikant alvast verdund met water tot precies de concentratie die je lichaam direct herkent. Die vliegen je maag door zonder dat je op dat exacte moment hoeft bij te drinken om de suikers op te nemen. Handig voor in een hectische finale.
Maar let op: de meeste standaard gels zijn nog altijd hypertoon (een dikke, geconcentreerde siroop). Neem je die zonder water, dan moet je maag vocht uit je eigen lichaam trekken om de boel te verdunnen. Het resultaat: een klotsbuik, maagkrampen en vertraagde energie.
De veiligste vuistregel blijft daarom: neem bij twijfel altijd een paar flinke slokken uit je bidon bij je gel. Een isotone gel bevat namelijk net genoeg water voor zichzelf, maar niet genoeg om jouw zweetverlies te compenseren. Blijven drinken is dus sowieso de boodschap.
Niet elke gel is jouw vriend
Het schap met sportvoeding is eindeloos, en de ene gel is de andere niet. Het grootste verschil zit vaak in de samenstelling van de koolhydraten, zoals de verhouding tussen glucose en fructose. Een 2:1 verhouding wordt vaak als ideaal gezien, omdat het lichaam deze twee suikers via verschillende kanalen kan opnemen, wat de totale opname per uur verhoogt.
Maar wat voor je fietsmaat werkt, hoeft voor jou niet te werken. Ieder lichaam reageert anders. Experimenteer daarom tijdens trainingen met verschillende merken en smaken. Let niet alleen op het effect, maar ook op hoe je maag reageert. Heb je de perfecte gel gevonden? Wijk daar tijdens een belangrijke tocht of wedstrijd dan niet meer vanaf. Zo kom jij de rit door zonder ongewenste verrassingen.