Het klinkt als de wereld op zijn kop, maar het is een serieuze waarschuwing. De uitspraak komt niet van de eerste de beste. Guido Vroemen, zelf een verdienstelijk oud-wielrenner en bewegingswetenschapper, begeleidt talloze profs en amateurs.
Zijn boodschap, die hij deelde in een interview met het AD, is even helder als alarmerend: “Alleen maar fietsen is de snelste weg naar chronische pijn.” De oplossing ligt volgens hem verrassend genoeg niet op het zadel, maar ernaast.
De verborgen risico’s van je favoriete sport
Fietsen is fantastisch, daarover geen discussie. Maar het is een ‘low-impact’ sport, wat betekent dat je gewrichten relatief weinig klappen krijgen. Maar daar schuilt ook meteen het gevaar, benadrukt Vroemen.
Je lichaam wordt op een zeer specifieke en repetitieve manier belast. Terwijl je beenspieren duizenden omwentelingen maken, blijven andere essentiële spiergroepen, zoals in je romp en bovenlichaam, grotendeels ongebruikt.
Deze disbalans is een recept voor problemen. Je ontwikkelt bepaalde spieren overmatig, terwijl de ondersteunende spieren verslappen. Het gevolg is een lichaam dat uit evenwicht raakt, waardoor gewrichten, pezen en zenuwen verkeerd of overbelast worden. En ja, dat leidt precies tot die pijntjes die je ’s avonds op de bank voelt.
Herkenbare pijntjes met een duidelijke oorzaak
Voor veel wielrenners klinkt het bekend: een stijve onderrug na een lange duurtraining, een stekende pijn aan de buitenkant van de knie of een verkrampt gevoel in de nek en schouders. We neigen ertoe dit af te doen als ‘hoort erbij’. Een misvatting, stelt de sportarts. Dit zijn geen ‘fietspijntjes’, dit zijn signalen van een lichaam dat niet in balans is.
De onderliggende oorzaak is vaak die eenzijdige belasting. Fietsers die in zijn praktijk klagen over chronische klachten, blijken vaak een zwakke core-stabiliteit te hebben of missen de algemene kracht om de urenlange fietshouding goed te kunnen ondersteunen. Alleen maar meer fietsen maakt dat probleem alleen maar erger.
De simpele oplossing ligt naast je fiets
Hoe voorkom je dit doemscenario dan? Het antwoord is volgens Vroemen simpeler dan je denkt: stap vaker van je fiets af. De sleutel tot pijnvrij en beter presteren is een gebalanceerd trainingsschema. Door je fietstrainingen aan te vullen met gerichte kracht- en stabiliteitsoefeningen, bouw je een veel sterker en veerkrachtiger lichaam op.
Denk hierbij aan oefeningen zoals squats, lunges en deadlifts om je algehele been- en bilspieren te versterken. Minstens zo belangrijk zijn core-oefeningen zoals de plank en de bird-dog. Een sterke romp fungeert als een solide platform van waaruit je kracht kunt leveren op de pedalen en voorkomt dat je als een zoutzak op je fiets hangt.
Maak van je lichaam een onverwoestbare machine
Het integreren van twee tot drie korte krachtsessies per week kan al een wereld van verschil maken. Je hoeft echt geen bodybuilder te worden, het gaat om functionele kracht die je direct vertaalt naar betere prestaties en minder pijn op de fiets.
Je wordt er niet alleen een duurzamere atleet van, maar, zo stelt Vroemen, ook een snellere. Een sterk lichaam kan de geleverde kracht veel efficiënter overbrengen op de pedalen. Zo maak je van jezelf een completere en vooral pijnvrije wielrenner.