André van den Ende
Columns

Vragen die m’n vriendin stelt over wielrennen: ‘Wat is de meet?’

Je lacht je vriendin uit omdat ze een oer-Hollandse wielerterm niet kent, om er vervolgens achter te komen dat je zelf geen flauw benul hebt waar die term écht vandaan komt. Het overkwam onze redacteur.

Column
wielrennen
Fietsen

Je herkent het vast: wat voor jou als wielervolger een abc’tje is, is voor je vriendin (of vriend) abracadabra. Ik behandel iedere week een vraag die mijn vriendin aan mij stelde terwijl ze niet geheel vrijwillig meekeek naar de koers. Deze keer: wat is de meet?

Een vraag uit onverwachte hoek

Ik moet de intro bij dit stukje meteen corrigeren. We keken geen koers. We keken naar een onderdeel van de afgelopen Olympische Winterspelen. Ik weet niet meer wat precies wat het was, maar in ieder geval waren er geen rodeo butternose 1270 backflips bij betrokken, want het was een onderdeel met een finish.

Dat weet ik omdat ik op den duur iets zei als: ‘Ze zijn bijna bij de meet.’ Rechts naast me keek iemand me enigszins vragend aan. De wát? Ik dacht dat ik met de meet een volkomen in het algemeen beschaafd Nederlands opgenomen synoniem voor ‘de finishlijn’ had gebruikt, maar schijnbaar niet.

Tijd voor zelfreflectie

Schijnbaar is ‘de meet’ wieleriaans. Na haar nog eens hard uitgelachen te hebben over het gebrek aan kennis over dit standaard vocabulaire, was het tijd voor zelfreflectie.

Want als wielervolger word je van jongs af aan geïndoctrineerd met allerhande begrippen, maar wat wist ik er nu echt van, van de meet. Ik had een t-shirt met de beeltenis van Gerrie Knetemann erop. Onder zijn hoofd stond de tekst: ‘Met De Kneet over de meet!’

Was de meet één van de vele door Gerrie Knetemann bedachte wieleruitdrukkingen? Zoals bijvoorbeeld het welbekende karretje dat je in de poep kunt rijden dat is. Of anders zou het waarschijnlijk wel weer gewoon Vlaams zijn, zoals voor 80 procent van alle wieleruitdrukkingen geldt.

De verrassende oorsprong

Ik speurde het internet af en vond. De meet komt niet uit het wielrennen, maar uit het… knikkeren. Al in de zeventiende eeuw werd met de meet de beginlijn aangeduid, de plek waarvandaan knikkers hun knikker richting de pot rolden of wierpen.

De wintersporters van wie ik niet meer weet wat ze deden, waren inmiddels over de meet. Het was geen ijsknikkeren, dat weet ik wel zeker.