Zelf in het zadel

Dit is waarom de belangrijkste trainingstrend van de profs nog niet voor jou is

Terwijl wij nog braaf naar onze hartslagmeter staren, prikken de profs zich tijdens hun training helemaal suf. Ontdek het geheim achter de 'motor' van de sterren en waarom jij die naald nog even in de kast kunt laten liggen.

Een professionele wielrenner in een sportwetenschappelijk laboratorium, diep in inspanning op een fietstrainer met meetapparatuur en omringd door schermen vol prestatiedata en grafieken.

Heb je jezelf wel eens afgevraagd waarom Tadej Pogacar bergop lijkt te dansen terwijl de rest van het peloton naar adem snakt alsof ze een pakje zware shag hebben weggegestoken?

Het antwoord zit niet alleen in zijn wonderbenen, maar vooral in wat er door zijn aderen stroomt. In het moderne wielrennen draait alles om data, maar de vertrouwde hartslagmeter begint langzaam terrein te verliezen aan een veel bloediger alternatief.

De ontdekker van Pogacar aan het woord over lactaatmeting

De man die aan de basis stond van het succes van de Sloveense veelvraat is Iñigo San Millán. Deze Spaanse inspanningsfysioloog heeft een duidelijke visie op hoe je een kampioen boetseert. Volgens hem kijken we vaak naar de verkeerde cijfers als we het over uithoudingsvermogen hebben.

“Als VO2 Max de grootte van de motor is, dan weerspiegelt lactaat hoe efficiënt die motor draait,” aldus de expert die jarenlang bij UAE Emirates de scepter zwaaide over de fysieke paraatheid. Het gaat er dus niet alleen om hoe groot je longinhoud is of hoeveel pk je hebt, maar vooral hoeveel van die energie je daadwerkelijk kunt gebruiken zonder dat je benen volstromen met zuur.

Waarom de hartslagmeter soms een leugenaar is

Voor de gemiddelde toerfietser is de hartslagmeter nog altijd de heilige graal, maar bij teams als Visma | Lease a Bike weten ze wel beter. Hartslag is namelijk een afgeleide waarde die beïnvloed wordt door stress, cafeïne en zelfs de temperatuur van de dag. Het loopt altijd een beetje achter de feiten aan, zeker tijdens een felle interval.

Lactaatmeting is daarentegen direct en meedogenloos eerlijk. Door tijdens een training een klein drupje bloed uit een oorlel of vingertop te halen, weten de coaches precies in welke zone een renner zich bevindt. Het is de ultieme manier om te controleren of die rustige duurrit niet stiekem toch een aanslag op het herstel is.

Het geheim van de twee magische omslagpunten

In de wereld van de 'high-performance' draait alles om LT1 en LT2. Dit zijn de twee punten waarop je lichaam anders gaat reageren op de inspanning. LT1 is het punt waarop het melkzuur in je bloed voor het eerst begint te stijgen, terwijl LT2 het bekende omslagpunt is waar je het niet lang meer volhoudt.

Door deze punten exact in kaart te brengen met een zogenaamde 'step test' op de trainer, kunnen profs hun trainingen met chirurgische precisie afstemmen. Het resultaat is dat ze vaker in de juiste zone rijden, waardoor ze vetverbranding optimaliseren en minder snel oververmoeid raken. Het verklaart waarom de huidige generatie renners zo absurd vroeg in het seizoen al zo ontzettend hard rijdt.

Toekomstmuziek voor de fanatieke amateur op de weg

Nu vraag je je natuurlijk af of jij morgen ook met een naald in je wielershirt moet gaan rondrijden. Het eerlijke antwoord is dat het voor de meesten van ons nog wat omslachtig is. Niets verpest een lekker ritje door de polder zo erg als stoppen voor een vingerprik terwijl je net lekker in de flow zit.

Toch hoeven we niet te wanhopen, want de techniek staat nooit stil. Er wordt momenteel hard gewerkt aan sensoren die continu je lactaatwaarden kunnen meten via een pleister op je huid, vergelijkbaar met hoe diabetici hun suikerspiegel bijhouden. Voor je het weet, heb je dus een live grafiek van je eigen efficiëntie op je fietscomputer staan.

Luisteren naar je lichaam blijft essentieel

Tot die tijd kunnen we vooral leren van de filosofie achter deze trend. Het laat zien dat harder niet altijd beter is en dat de basis leggen in zone 2 nog altijd het fundament is van elke grote overwinning. Wees dus niet jaloers op de profs en hun vingerprikjes, maar probeer eens wat vaker op je gevoel en je ademhaling te varen in plaats van alleen op die springende cijfers op je stuur.