Lance Armstrongs leven is altijd gedefinieerd door een vorm van overleven. In de podcast Frodeno Going Mental legt de 54-jarige Amerikaan uit dat deze mentaliteit al in zijn jeugd begon. Geboren in Dallas als zoon van een 17-jarige moeder, werd de drang om zichzelf te bewijzen en tegenslagen te overwinnen een constant thema. “Ik heb een leven van vechten en overleven gehad”, verklaart hij.
Een diagnose die alles veranderde
De overlevingsdrang intensiveerde toen Armstrong op 25-jarige leeftijd de diagnose kanker kreeg. Het was een gevecht van een totaal andere orde. “Dat is wanneer je echt vecht om te overleven in de letterlijke zin van leven of dood”, vertelt hij. Die strijd won hij, maar het vormde de mentaliteit die hem later zowel naar de top als naar de afgrond zou leiden.
De nasleep die zwaarder woog dan de ziekte
Toch was het niet de ziekte, maar de publieke ineenstorting van zijn carrière in 2012 en 2013 die het diepste spoor naliet. Armstrong doet een opvallende uitspraak: “In veel opzichten was het zwaarder dan de kanker.” De druk voelde immens, zeker met de verantwoordelijkheid voor zijn vijf kinderen. “De druk was nog groter.”
Praktische noodzaak
Voor Armstrong was mentale weerbaarheid nooit een kwestie van heldhaftig zijn. Het was een praktische noodzaak om problemen op te lossen, hoe onmogelijk die ook leken. “Iedereen moet op een bepaald moment in zijn leven iets oplossen. En vaak voelt dat onmogelijk.”
De fiets als therapie
Ondanks alles houdt Armstrong nog steeds van de fiets. “Ja, ik fiets nog steeds, en ik hou ervan, zelfs als het cliché klinkt. De enige reden dat ik nu graag fiets, is om te ontsnappen. ”Fietsen is voor hem een vorm van therapie geworden. “Er is niets dat dingen sneller oplost dan alleen op de fiets stappen.”
Twee uur alleen op de weg kan interne conflicten tot rust brengen. Na zijn bekentenis bij Oprah Winfrey was die relatie met beweging zijn enige houvast. “Het enige gereedschap dat ik in mijn gereedschapskist had, was dat ik mijn gezondheid niet zou laten verslechteren”, voegt hij toe. “Ik ging niet in een hoekje liggen huilen. Ik ging bewegen.”