Achtergrond

Parcours Strade Bianche 2026: korter en minder gravel, maar het blijft een koers voor klimmers

De organisatie van Strade Bianche heeft geantwoord op de kritiek na vorig jaar: het parcours is korter en er is minder gravel. Maar betekent dit dat de koers minder zwaar wordt, of blijven de klimmers onverminderd domineren?

Leon Janssen
logo Strade Bianche Strade Bianche
Tadej Pogacar en Tom Pidcock op een gravelstrook tijdens Strade Bianche 2025.

Strade Bianche staat bekend om zijn spectaculaire gravelwegen, het glooiende Toscaanse landschap en de magische finale in Siena. Echter, na de afgelopen edities, en vooral die van vorig jaar, klonk er kritiek. En daar heeft de organisatie naar geluisterd: het parcours is aangepast. De totale lengte van de koers is nu 201 kilometer, twaalf kilometer minder dan in 2025.

Wat is er anders dan vorig jaar?

De meest in het oog springende verandering is het verdwijnen van zestien kilometer aan grindstroken. Specifiek zijn de sterrati van La Piana (6,4 kilometer) en Seravalle (9,3 kilometer) uit het parcours gehaald. Deze passages lagen in de eerste helft van de wedstrijd, ruim voor de finale. Ook de eerste grindstrook van de dag, die van Vidritta, is gehalveerd van 4,4 naar 2,4 kilometer. In totaal moeten de renners nu ‘slechts’ 64,1 kilometer aan grindwegen trotseren, waar dat vorig jaar nog tachtig kilometer was.

De finale is hetzelfde: extra, zware lus blijft

De beslissende fase is niet veel anders dan die van vorig jaar. De bekende lange gravelstroken van San Martino in Grania (9,4 km) en Monte Sante Marie (11,5 km) blijven een cruciaal onderdeel van de koers. Op die tweede strook wordt meestal de finale geopend, ook nadat de organisatie in 2024 een extra lus in de finale legde en deze strook op ruim 80 kilometer van het einde kwam te liggen.

Na de twee lange gravelstroken volgen de korte, maar explosieve onverharde passages van Monteaperti (0,6 km), Colle Pinzuto (2,4 km), Le Tolfe (1,1 km), Strada del Castagno (0,7 km), Montechiaro (3,3 km) en dan de extra lus met nogmaals Colle Pinzuto (2,4 km) en Le Tolfe (1,1 km). De finish is natuurlijk weer in hartje Siena op het prachtige Piazza del Campo, met in de slotkilometer de steile Via Santa Catarina (maximaal 16%).

Profielkaartje parcours Strade Bianche 2026

Overigens is de Colle Pinzuto sinds kort vernoemd naar Tadej Pogacar, compleet met een gedenksteen. Dat is omdat de Sloveen vorig jaar zijn derde zege boekte in Siena en op gelijke hoogte kwam met Fabian Cancellara, naar wie de strook Monte Sante Marie is vernoemd.

Start: om 11:45 uur
Finish: omstreeks 16:15 uur

Waarom de wijzigingen de klimmers nog steeds bevoordelen

De kritiek op het vorige parcours spitste zich onder meer toe op het feit dat er te weinig rustmomenten waren tussen de vroege grindstroken. Door zestien kilometer grind en twaalf kilometer totale afstand te schrappen, lijkt dat euvel verholpen. Echter, het échte pijnpunt zat hem in de finale: de dubbele lus die zorgt voor veel extra hoogtemeters. Dit jaar moeten de renners ruim 3.500 hoogtemeters overbruggen, zo'n 200 minder dan vorig jaar, maar 500 meer dan vóór de toevoeging.

De vermoeidheid zal dus iets later toeslaan dan vorig jaar, maar omdat de finale nagenoeg gelijk is, zullen de klimmers opnieuw de dienst uitmaken. Het is ook daarom dat Mathieu van der Poel zaterdag niet aan de start staat, en Tadej Pogacar op voorhand niet te kloppen lijkt. Dus ondanks dat het parcours korter is en (iets) rustiger begint, is Strade Bianche ook in 2026 weer een klimklassieker.