De Strade Bianche is voor velen de mooiste koers van het jaar. Het heeft iets magisch, die renners die met witgepleisterde gezichten over de Crete Senesi vliegen.
In Nederland hebben we geen olijfbomen of cipressen, maar wie goed zoekt, vindt op de Veluwe paden die de vergelijking met de Italiaanse stroken glansrijk doorstaan. Het is de perfecte manier om zelf even die prof te zijn, zonder dat je een vliegticket naar Siena hoeft te boeken. Je vindt hier de echte gravelstroken van Nederland waar je banden nog ouderwets mogen knisperen op het witte grind.
De witte wegen van de veluwezoom
De absolute koning van de Nederlandse gravelervaring vind je op de Veluwezoom. Hier liggen de paden van het Rozendaalse Veld en de klim naar Signaal Imbosch op je te wachten.
Deze wegen zijn breed, vaak bedekt met een fijne laag wit grind en ze glooien op een manier die je bijna nergens anders in ons land vindt. Als je hier omhoog stoempt terwijl de wind over de heide jaagt, voel je de heroïek in je benen trekken. De Posbank over de weg is leuk voor een zondagmiddag, maar de onverharde variant is waar het echte werk begint.
Het mooie van de Veluwezoom is de afwisseling in de ondergrond. Het ene moment rijd je door een dicht dennenbos, het volgende moment kijk je uit over een zandvlakte die in de zon bijna pijn doet aan je ogen.
Voor de wielrenner die van een uitdaging houdt, is dit de Nederlandse variant van de Monte Sante Marie. Het is technisch, het is zwaar, maar de voldoening op de top is elke zweetdruppel meer dan waard. Hier ervaar je de gravelstroken van Nederland op hun meest brute en eerlijke manier.
Gravelmonumenten rondom vliegbasis Deelen
Aan de andere kant van de A50 verandert het landschap en wordt het serieus rustig. In de omgeving van vliegbasis Deelen en het Deelerwoud vind je stroken die zo uit een film lijken te komen.
De Brinkhorsterweg is hier de absolute ster van de show. Dit is een kilometerslange weg van wit grind die kaarsrecht door het landschap snijdt, met aan weerszijden de kenmerkende lage begroeiing van het park. Het geeft je een gevoel van vrijheid dat je op het fietspad simpelweg nooit zult ervaren.
Je vindt hier ook wat veel fietsers het ‘Gravelmonument’ noemen, twee markante dode bomen die als een soort natuurlijke poort over het pad waken. Het is de ideale plek voor die ene perfecte foto voor je sociale kanalen.
Door de openheid van het terrein heeft de wind hier altijd vrij spel, waardoor je rit al snel verandert in een eerlijke strijd tegen de elementen. Het is een plek waar je de stilte nog echt kunt horen, totdat je eigen banden het grind weer laten knisperen op deze bijzondere gravelstroken van Nederland.
Klimmen en stoempen over onverharde paden
Wat deze regio zo bijzonder maakt voor elke liefhebber, is de mogelijkheid om onverhard te klimmen. Waar de meeste gravelstroken in de polder zo plat zijn als een dubbeltje, moet je hier echt uit het zadel.
De klimmetjes rondom Hoenderloo en de Loenermark vragen om een goede techniek en een flinke dosis kracht in de bovenbenen. Het is stoempen geblazen op de dunne bandjes, waarbij je constant moet zoeken naar de ideale lijn tussen het losse zand en het hardere grind.
Het geheim van een goede rit over deze stroken zit hem in de bandenspanning. Hoewel veel van deze paden op een racefiets met 28mm banden nog wel te doen zijn, geniet je op een echte gravelbike met iets bredere banden toch het meest. Je stuitert minder, hebt meer grip in de bochten en kunt vol vertrouwen de afdalingen induiken.