Het was liefde op het eerste gezicht. De witte wegen, het glooiende Toscaanse landschap, de iconische aankomst op het Piazza del Campo in Siena. Strade Bianche had alles. Het was een koers die het klassieke van de Ronde van Vlaanderen, de heroïek van Parijs-Roubaix en de schoonheid van Milaan-Sanremo in zich verenigde. De wedstrijd was onvoorspelbaar, spectaculair en trok jaar na jaar een diverser en sterker deelnemersveld.
Het absolute ijkpunt van mijn liefde was de editie van 2021. Toen schreef ik na afloop 'de beste wint de mooiste'. Mathieu van der Poel was op dat moment de meest complete renner ter wereld en Strade Bianche de meest complete koers. De kopgroep die dag was het ultieme bewijs. Van der Poel, Julian Alaphilippe, Tadej Pogacar, Egan Bernal, Wout van Aert en Tom Pidcock (vooruit, én Michael Gogl). Zoveel diversiteit zie je in geen enkele andere koers.
De parcourswijziging haalde de ziel uit Strade Bianche
Maar toen kwam 2024. In een schijnbare zucht naar de monumentenstatus, besloot de organisatie de wedstrijd langer en zwaarder te maken. De magische grens van 200 kilometer werd doorbroken. Terwijl juist de relatief korte afstand een van de grootste charmes was. Het zorgde voor vuurwerk vanaf de eerste gravelstroken, vergelijkbaar met een korte, explosieve bergetappe in de Tour. Dat we dat nooit konden zien omdat er pas live-beelden waren in de finale, maakte de heroïek alleen maar groter. Maar die dynamiek is nu verdwenen.
Het echte drama zit hem echter in de toegevoegde finale-lus. De Colle Pinzuto en Le Tolfe moeten tegenwoordig twee keer bedwongen worden. Samen met de glooiende asfaltwegen rond Siena jaagt dat het aantal hoogtemeters de lucht in. Dit heeft twee desastreuze gevolgen. Ten eerste is de Strade Bianche veranderd in een wedstrijd voor sterke klimmers, want die komen vanzelf bovendrijven in deze finale. Ten tweede zijn de lange, unieke gravelstroken nu gedegradeerd tot instrumenten voor een uitputtingsslag, in plaats van de plek waar de koers ontploft.
Het onbewuste statement van Tadej Pogacar in 2024 was pijnlijk en veelzeggend. Hij demarreerde op Monte Sante Marie, de plek waar de ziel van de koers altijd lag, en reed vervolgens tachtig kilometer solo naar de finish. Hoewel het een knipoog naar het verleden leek, legde het vooral de voorspelbaarheid van het nieuwe parcours bloot. De spanning was volledig verdwenen. De wedstrijd was beslist nog voor de extra lus, want eenmaal op die omloop wist je: niemand rijdt hier sneller dan Pogacar.
Leuk en gezellig, maar de seks is eruit
De vlam is dus niet vanzelf gedoofd. Ik was in mijn nopjes met haar, maar zij duidelijk niet met mij. Strade Bianche had niet genoeg aan de liefde van de pure wielerfan; ze wilde meer. Met als gevolg dat de koers nu veel minder monument-waardig is. Natuurlijk, de omgeving, de witte wegen en de finish blijven adembenemend mooi, maar in deze vorm doet de wedstrijd mij een stuk minder. Het is niet eens meer ‘houden van’. Strade Bianche is een goede vriendin geworden. Hartstikke leuk en gezellig voor een zaterdagmiddag, maar de seks is eruit.