Wie zaterdag naar Strade Bianche keek, zag een masterclass. Tadej Pogacar demarreerde op ruim 80 kilometer van de streep en niemand, maar dan ook niemand, zag hem nog terug. Het leverde spectaculaire beelden op van een eenzame heerser op de witte grindwegen van Toscane. Toch blijkt de hoofdrolspeler zelf niet de grootste fan van dit soort monologen.
“Ik houd er niet van, maar het is de manier waarop ze het parcours ontwerpen”, zei hij op de persconferentie tegen onder meer In de Leiderstrui. Zijn kritiek richt zich specifiek op de finale. Ook Pogacar vindt de extra lus onnodig. “Ze voegen er dertig nutteloze kilometers aan toe.”
‘Wat willen ze nu eigenlijk?’
Volgens Pogacar dwingt het parcoursontwerp hem tot zo’n vroege aanval. Het zwaarste en meest selectieve deel van de wedstrijd lag ver voor de finish, waardoor hij geen andere keuze had dan daar het verschil te maken. Het gevolg was een solo van 80 kilometer, waar het anders misschien 50 kilometer was geweest. Hij vroeg zich hardop af wat de organisatie, RCS, nu precies voor ogen had.
“Willen ze op tachtig kilometer van het einde kleine groepjes en uiteindelijk dat iedereen één voor één binnenkomt in Siena? Dan doen ze het goed.” Hoewel hij de wedstrijd nog steeds mooi vindt, betwijfelt Pogacar of de feedback van de renners veel zal uithalen. “We kunnen zoveel klagen als ze willen, maar uiteindelijk is het niet aan ons om het parcours neer te leggen.”
De paradox van de winnaar
De opmerkingen van Pogacar leggen een interessante paradox bloot. De man die de koers naar zijn hand zet, is tegelijkertijd kritisch op de omstandigheden die zijn dominantie mogelijk maken. Hij beseft echter ook heel goed in welke positie hij zit. Een winnaar die de wedstrijd bekritiseert, kan immers snel als ondankbaar worden gezien. Met een glimlach voegde hij er dan ook aan toe: “En ik mag als winnaar niet al te veel klagen.” Het blijft een duidelijke boodschap, verpakt in de bescheidenheid van een kampioen.
De opmerkingen van Pogacar leggen een interessante paradox bloot. De man die de koers naar zijn hand zet en voor wielergeschiedenis zorgt, is tegelijkertijd kritisch op de omstandigheden die zijn dominantie mogelijk maken. Hij beseft echter ook heel goed in welke positie hij zit.
Met een glimlach voegde hij er dan ook aan toe: “Maar ik mag als winnaar niet al te veel klagen.” Toch is zijn boodschap duidelijk: een aantrekkelijker parcours leidt wellicht tot een latere en spannendere finale, een boodschap waar veel wielerfans zich waarschijnlijk wel in kunnen vinden.