Zelf in het zadel

Buitenband erop leggen na lek: dit is waarom je altijd ruzie hebt met het laatste stukje

Je duimen doen pijn en je bandenlichters staan op breken, maar dat laatste stukje buitenband weigert mee te werken. Het probleem is niet je gebrek aan kracht, maar de plek waar je de band op de velg legt.

Lekke band
wielrennen
Fietsen
lose-up van vuile handen van een wielrenner die met de duimen hard duwen om het laatste stukje buitenband op een racefietswiel te krijgen in een berm.

Je staat langs de kant van de weg, je handen zijn vies en je wilt maar één ding: weer op de fiets. Maar dat laatste stukje buitenband weigert mee te werken. Het lijkt wel alsof de band gekrompen is.

Herkenbaar? Dan maak je waarschijnlijk dezelfde denkfout als duizenden andere fietsers. Het goede nieuws: de oplossing is simpeler dan je denkt en kost je geen cent.

Het is een klassiek scenario. De eerste negentig procent van de band ligt er soepel op, maar bij die laatste tien centimeter begint het gevecht. Je duwt tot je duimen pijn doen, je bandenlichters buigen gevaarlijk door en de frustratie loopt op. Het voelt alsof je band simpelweg te klein is voor je wiel. Maar stop met duwen, want kracht is hier niet de oplossing. Sterker nog, het werkt tegen je.

Het geheim zit verstopt in je velg

Het probleem is niet je band, en ook niet je gebrek aan kracht. Het probleem is dat je de band probeert te monteren terwijl hij op de verkeerde plek op de velg ligt. Een fietsvelg is namelijk niet vlak. De randen waar de band uiteindelijk inhaakt (de 'velgbedding') hebben de grootste diameter. Maar precies in het midden van de velg zit een dieper gedeelte. Dit heet het centrale kanaal, de velggeul of het diepbed.

De meest gemaakte fout is dat de band die er al op ligt, nog op die hoge buitenranden rust. Hierdoor staat de band maximaal op spanning en is er geen millimeter speling meer over om dat laatste stukje over de rand te wippen. De truc is om die speling te creëren door de band in de geul te leggen.

De 'twee-handen-techniek'

Begin bij het ventiel en leg één kant van de band helemaal op de velg. Pomp de binnenband heel lichtjes op – net genoeg zodat hij rond is – en leg deze erin. Begin nu aan de kant recht tegenover het ventiel met het erop leggen van de tweede zijde van de buitenband.

Nu komt het cruciale deel. Werk met beide handen tegelijk vanaf de overkant richting het ventiel. Terwijl je dit doet, gebruik je je vingers of de muis van je hand om het gedeelte van de band die er al op ligt, actief naar het diepe midden van de velg te duwen.

Je 'masseert' de hieldraad als het ware de geul in. Omdat de diameter daar kleiner is, ontstaat er 'slapte' in de band. Die slapte schuif je voor je uit, richting het ventiel waar je het nodig hebt.

Het laatste stukje zonder geweld

Als je dit goed hebt gedaan, zul je merken dat het laatste, weerbarstige stukje band bij het ventiel ineens veel makkelijker gaat. Doordat de rest van de band diep in de velg ligt, heb je nu net die paar millimeter extra ruimte die het verschil maakt.

Probeer het laatste stukje met je duimen of de muis van je hand eroverheen te rollen. Met de juiste techniek is het gebruik van bandenlichters vaak niet eens nodig. Moet je toch een lichter gebruiken? Wees dan extreem voorzichtig. De kans dat je de binnenband tussen de velg en de lichter klemt en opnieuw lek prikt, is groot. Werk met kleine stukjes en controleer voortdurend of de binnenband vrij ligt.