André van den Ende
Columns

Vragen die m'n vriendin stelt over wielrennen: 'Waarom duurt het zo lang?!'

Terwijl onze redacteur intens genoot van een middagje wielrennen, vroeg zijn vriendin zich hardop af waarom die 'saaiheid' in hemelsnaam zó lang moet duren. Een botsing tussen passie en ongeduld.

wielrennen
Fietsen
Column

Je herkent het vast: wat voor jou als wielervolger een abc’tje is, is voor je vriendin (of vriend) abracadabra. Ik behandel iedere week een vraag die mijn vriendin aan mij stelde terwijl ze niet geheel vrijwillig meekeek naar de koers. Deze keer: waarom duurt het zo lang?

Het olympische 'wielrennen op ijs'

Voor deze vraag, die vooral voortkomt uit de bron van ergernis die mijn vele uren turend naar een scherm met wielrenners erop is, moet ik eerst even terug naar de Olympische Winterspelen van Milaan. Naar de laatste zaterdag om precies te zijn, de dag waarop Jorrit Bergsma zo mooi goud won op de mass start en even later Marijke Groenewoud hetzelfde deed.

Mijn vriendin zat in de trein en keek op haar telefoon. “Gaaf”, “Toffe rit”, “Dit was leuk!”, appte ze na het goud van Bergsma. Ik zag m’n kans schoon en appte terug: “Dit onderdeel lijkt dus op wielrennen. Dus dat vind je ook leuk. Bij dezen.”

Zeven minuten versus vier uur

Helaas ging m’n vriendin daar niet zonder slag of stoot mee akkoord. “Maar dat duurt vier uur. Dit zeven minuten.” Dat klopt niet helemaal, een mass start duurt net iets langer. Maar ik begreep de strekking van haar bericht: wielrennen is saai.

Zoiets had ze weleens eerder betoogd als ik de hele dag op de bank naar een koers lag te kijken. Ik kan me geen betere dagbesteding voorstellen, maar op den duur proef ik toch wat cynisme en/of ongenoegen als ik weer eens languit in joggingbroek naar mijn favoriete testbeeld ligt te kijken.

Een passief-agressieve tijdwaarneming

De vraag ‘Waarom duurt wielrennen zo lang?’ dient dan ook niet als een vraag uit interesse in die prachtige sport wielrennen gelezen te worden. Het is er eentje met een passief-agressief karakter. Mijn antwoord luidt daarom als volgt: “Dat doen de koersorganisatoren speciaal om partners van wielerfans dwars te zitten. Deal with it!”