De tweede etappe van de Tirreno-Adriatico was op de limiet voor Mathieu van der Poel, die op het gravel een gevecht uitvocht met Isaac del Toro en Giulio Pellizzari. Van der Poel had zelf het lont aangestoken. "We draaiden de gravelstrook op en Julian Alaphilippe viel aan. Ik nam meteen over. Zeker door de technischere bochten die er aankwamen."
Van der Poel wilde het zo zwaar mogelijk maken, zo vertelde hij zelf. Hij kreeg enkel Matteo Jorgenson, Isaac del Toro en Giulio Pellizzari met zich mee. Jorgenson viel echter weg na een valpartij. Het was ook behoorlijk chaotisch geweest vanwege de natte omstandigheden. "Het was heel moeilijk en ook het niveau lag op die laatste heuvel ontzettend hoog."
Daardoor werd onder andere Wout van Aert uitgeschakeld voor de dagzege, want hij lag te ver achter. "Het regende ook in het slot van de etappe en dat maakte het best wel tricky, maar de ploeg deed het heel goed."
Van der Poel: 'Heel moeilijk sprintje'
Van der Poel had weinig meer in de tank om Del Toro en Pellizzari erop te leggen. "Het was een moeilijk sprintje. Het was vrij glibberig en daardoor kon je moeilijk op de pedalen staan", zo zei hij over de finishstraat. "Ik had net genoeg energie gespaard om de zege te pakken."
Het was zijn doel voorafgaand om een etappe te winnen in de Tirreno-Adriatico, en dat is meteen gelukt. "Ik ben hier om Milaan-Sanremo en de andere klassiekers voor te bereiden, maar ook om een rit te winnen. Afgelopen jaar was ik er enkele keren dichtbij, maar ik ben blij dat het nu opnieuw gelukt is."