De erelijst van Mathieu van der Poel is nu al ongekend, en na recente zeges in de Omloop Het Nieuwsblad en Tirreno-Adriatico, is de vraag relevanter dan ooit. Hoe verhoudt hij zich tot de legendes uit het verleden? Erik Dekker, eindwinnaar van de Tirreno in 2002, kijkt met een mengeling van bewondering en nuchterheid naar het huidige fenomeen.
De perfectie van een superster
Bij WielerFlits laat de 55-jarige Dekker zijn licht schijnen over de huidige wielerwereld. Hij erkent de haast buitenaardse dominantie van renners als Van der Poel en Pogacar. “Ikzelf vind de schoonheid wel groter dan het gemis aan spanning”, geeft hij toe. Maar waar het echt interessant wordt, is wanneer hij Van der Poel naast Joop Zoetemelk plaatst.
Een sportieve vergelijking is lastig, maar qua sterrenstatus ziet de viervoudig Touretappe-winnaar een wereld van verschil. “We kunnen Mathieu op een heel hoog voetstuk plaatsen en dat is absoluut terecht”, begint hij. “Maar Mathieu heeft wel heel veel in zich van een superster. De manier waarop hij op zijn fiets zit met zijn witte schoentjes en witte sokjes en witte broek… Ja, dat benadert de perfectie ook.”
Die focus op uitstraling en de ‘X-factor’ staat niet op zichzelf. Dekker staat niet alleen in zijn bewondering voor Van der Poels charisma. Een bekende Vlaamse topkinesist vergeleek die sterrenstatus onlangs nog met die van de legendarische Frank Vandenbroucke. Hij wees daarbij op de unieke mix van flair, intelligentie en pure klasse die beide renners kenmerkt.
Schoonheid boven spanning
Voor Dekker is het duidelijk dat het huidige wielrennen, waarin de verschillen steeds kleiner worden, de prestaties van Van der Poel nog knapper maakt. Dat er soms weinig spanning is, neemt hij op de koop toe.
“Dat komt ook omdat je natuurlijk wel weet hoe verschrikkelijk bijzonder het is wat de supersterren van deze wielerwereld laten zien. En het eigenlijk bijna op bestelling kunnen doen. Daar zit wel een bepaalde schoonheid in wat ik super kan waarderen”, aldus Dekker.